Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge het tweede lid houdt de rechtbank met de in het eerste lid bedoelde gegevens rekening indien deze relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De rechtbank zoekt voor de uitleg van artikel 83a Vw aansluiting bij hetgeen de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, bij uitspraak van 1 oktober 2015 (ECLI:RBDHA:2015:11350) heeft overwogen onder 3 en 4:
“(…) Meer in het bijzonder dient de vraag te worden beantwoord of het verrichten van een volledig onderzoek betekent dat de rechter, los van het door het bestuur verrichte onderzoek en los van de beoordeling door het bestuur (met inbegrip van de beoordeling van de geloofwaardigheid van hetgeen door de desbetreffende vreemdeling naar voren is gebracht), zelfstandig de feiten in de desbetreffende zaak moet vaststellen en een eigen beoordeling (van de geloofwaardigheid) van het asielrelaas moet geven en aan de hand daarvan moet beoordelen of terecht een verblijfsvergunning is geweigerd (‘beoordelende rechter’).Een zodanige benadering wijkt echter af van het Nederlandse bestuursrechtelijke bestel, waarvan het vreemdelingenrecht deel uitmaakt. In dit bestel voert het bestuur, in dit geval de staatssecretaris, de wet uit en is het de taak van de bestuursrechter de daartoe door de staatssecretaris genomen besluiten, indien daartegen beroep is ingesteld, op rechtmatigheid te toetsen aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden, met inachtneming van ambtshalve te toetsen voorschriften van openbare orde (‘toetsende rechter’).De vraag dient beantwoord te worden of artikel 83a van de Vw 2000 als implementatie van artikel 46, derde lid, van de Richtlijn noopt tot afwijking van die toetsende rol van de bestuursrechter.Zoals volgt uit de toelichting bij het voorstel van de Commissie (COM 2009 (554)) is artikel 46, derde lid, van de Richtlijn gebaseerd op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) en het Europees Hof voor de rechten van de mens (hierna: het EHRM). Bij de beantwoording van de hiervoor gestelde vraag dient de rechtbank daarom deze rechtspraak te betrekken.
Nu verweerder in geval van eiser in strijd met artikel 83 Vw Pro geen aanleiding heeft gezien een standpunt dienaangaande in te nemen, treft de grond van eiser doel.
5. Indien verweerder geen gebruik maakt van de mogelijkheid het gebrek in de bestreden besluiten te herstellen, dient hij dit conform het bepaalde in artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb zo snel mogelijk - en wel binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak - aan de rechtbank mede te delen.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit, zoals vastgesteld in rechtsoverweging 3.8.2 te herstellen, onder de voorwaarde dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank te kennen geeft van die gelegenheid gebruik te willen maken;
- houdt iedere verdere beslissing aan.