ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8524
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag aan niet-rechtmatig verblijvende derdelander met Nederlands kind
Eiseres, een derdelander zonder rechtmatig verblijf in Nederland, vordert kinderbijslag voor haar dochter met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder weigert dit op grond van het koppelingsbeginsel in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Eiseres beroept zich op het IVRK, het EVRM en het arrest Ruiz Zambrano van het Hof van Justitie, stellende dat het belang van het kind voorop staat en dat de weigering kinderbijslag het effectieve genot van rechten van het kind beperkt. De rechtbank onderzoekt of de weigering ertoe leidt dat het kind feitelijk Nederland of de EU moet verlaten.
De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is, mede omdat het kind een bijstandsuitkering ontvangt en opvang heeft, en de vader Nederlandse nationaliteit bezit. Het beroep op het IVRK en EVRM wordt verworpen wegens gebrek aan directe werking en het ontbreken van een recht op kinderbijslag. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de CRvB en het Hof van Justitie dat geen rechtstreeks verblijfsrecht aan de ouder voortvloeit.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor doorbreking van het koppelingsbeginsel zoals gesteld door de CRvB, onder meer door een te korte verblijfsduur. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en onvoldoende grond voor doorbreking van het koppelingsbeginsel.