Conclusie
1.Inleiding
2.Het procesverloop
Overwegingen
5.De beslissing
ongegrond.”
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel die het klaagschrift van klaagster inzake het beslag op twee schilderijen ongegrond verklaarde. De schilderijen waren in juni 2024 in beslag genomen op grond van art. 94 Sv Pro. Zowel klaagster als een andere belanghebbende dienden afzonderlijk klaagschriften in tot opheffing van het beslag en teruggave van de schilderijen.
De rechtbank behandelde beide klaagschriften gelijktijdig maar niet gevoegd en wees twee afzonderlijke beschikkingen. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van klaagster ongegrond en dat van de andere belanghebbende gegrond, waarna aan laatstgenoemde de teruggave van de schilderijen werd gelast. Deze beschikking is onherroepelijk geworden.
De Procureur-Generaal stelt dat het cassatieberoep van klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens gebrek aan belang, omdat het beslag op de schilderijen door de onherroepelijke teruggavebeschikking is beëindigd. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij onherroepelijke teruggavebeschikkingen het beslag eindigt en het cassatieberoep van een andere klager zonder belang is.
De conclusie benadrukt tevens het belang van het gelijktijdig en gevoegd behandelen van meerdere klaagschriften over hetzelfde voorwerp om een evenwichtige en doelmatige afdoening en cassatiemogelijkheid te waarborgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat het beslag op de schilderijen is beëindigd door een onherroepelijke teruggavebeschikking aan een andere belanghebbende.