Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
braak. Het middel klaagt daarnaast dat het hof niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven op grond waarvan het is afgeweken van het door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt met betrekking tot het bewijs.
hij op tijdstippen in de periode van 10 maart 2021 tot en met 6 november 2022 te [plaats] uit betaalautomaten geldbedragen en jetonmunten, die aan [benadeelde 1] B.V. toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen geldbedragen en jetonmunten onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”.
1. Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 11 november 2022, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:
3.Het tweede middel
hij op 4 februari 2023 te [plaats] een fiets die aan [aangeefster 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.”
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 februari 2023 (p. 6 van dossier B), met bijlage goederen (p. 6-8 van dossier B), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangeefster 1] :
(het hof begrijpt: 4 februari 2023).
(het hof begrijpt: 6 februari 2023)zag ik mijn fiets op marktplaats staan. Ik heb toen een bod gedaan. Kort daarna is de fiets van marktplaats afgehaald. Donderdag 9 februari
(het hof begrijpt: 9 februari 2023)zag ik weer mijn fiets op marktplaats staan. Ik heb een collega erop laten bieden. De man ging akkoord met het bod van mijn collega en ik kreeg een adres.
(het hof begrijpt hier en hierna: 10 februari 2023)kwam ik aan op het politiebureau. Ik kreeg de instructie dat als ik mijn muts afzette bij de terugkoop dat dit het signaal was dat het mijn fiets was.
4.Het derde middel
blijkenuit het verhandelde ter terechtzitting mogen door de feitenrechter in aanmerking worden genomen.