Conclusie
Nummer23/05057
Inleiding
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht"is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.
Het procesverloop
“Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Een nadere omschrijving van het middel
Het juridisch kader
“Recht op vertaling van essentiële processtukken
1. De lidstaten zorgen ervoor dat een verdachte of beklaagde die de taal van de strafprocedure niet verstaat, binnen een redelijke termijn een schriftelijke vertaling ontvangt van alle processtukken die essentieel zijn om te garanderen dat hij zijn recht van verdediging kan uitoefenen en om het eerlijke verloop van de procedure te waarborgen.
NJ2014/411 m.nt. T.M. Schalken, had het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat de termijnoverschrijding aan hemzelf te wijten was, terwijl aan hem geen vertaling van de inleidende dagvaarding was uitgereikt. Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was geworden dat de verdachte de Nederlandse taal niet voldoende beheerste om te kunnen begrijpen dat hij werd gedagvaard om ter terechtzitting te verschijnen. Bij dat oordeel had het hof betrokken dat de verdachte al ruim vijf jaar in Nederland woonde en sinds een aantal jaar een bedrijf had. Daarnaast had de verdachte, die ter zitting had verklaard dat hem de inhoud van een ander processtuk door zijn echtgenote was medegedeeld, zich door zijn Nederlands sprekende echtgenote kunnen laten inlichten over de inhoud van de dagvaarding. De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk.
NJ2020/327 m.nt. J.W. Ouwerkerk, was de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, terwijl aan hem geen vertaling van de inleidende dagvaarding was uitgereikt. In deze zaak deed zich de omstandigheid voor dat de raadsman of raadsvrouw van de verdachte één dag voorafgaand aan de mondelinge uitspraak in eerste aanleg een faxbericht had gestuurd aan de kantonrechter. Dat bericht bevatte de mededeling dat de verdachte niet ter zitting zou verschijnen, omdat de dagvaarding niet vertaald was. Het hof had bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep ten nadele van de verdachte betrokken dat hij voorafgaand aan de zitting contact had opgenomen met een advocaat die niet alleen op de hoogte moet zijn geweest van de inhoud van de dagvaarding, maar ook van de dag van de terechtzitting. De verdediging had volgens het hof dan ook tijdig moeten informeren wat de kantonrechter met de mededeling van niet-verschijnen had gedaan, om eventueel binnen de daarvoor geldende termijn hoger beroep in te stellen. Nu dat niet was gebeurd, was de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar. Dat oordeel getuigde volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en was niet onbegrijpelijk.
schriftelijkin een voor hem begrijpelijke taal te informeren over de inhoud daarvan. Als de rechter niet kan vaststellen of de verdachte, anders dan door de schriftelijke vertaling of mededelingen, alsnog voldoende geïnformeerd is over de inhoud van de dagvaarding, terwijl de verdachte ook op een later moment niet bekend is geworden met de dag van de terechtzitting, moet de overschrijding van de appeltermijn wegens een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheid verontschuldigbaar worden geacht. [4] Daaraan doet in de regel niet af dat de verdachte zich niet heeft ingespannen om zich te laten informeren over de inhoud van de aan hem uitgereikte stukken. Dat kan anders zijn in het geval de verdachte wordt bijgestaan door een raadsman die over de dagvaarding kon beschikken.
De bespreking van het middel
de nodige uitleg zal hebben gegeven”, zijn, zoals het hof ook heeft overwogen, geen concrete aanknopingspunten in het dossier te vinden. De verwijzing naar de bijlage bij de kopie van de uitgereikte dagvaarding, waarin door de uitreikende verbalisant is aangekruist dat de verdachte de inhoud van de dagvaarding heeft begrepen, is niet toereikend. De omstandigheid dat de verdachte eerder die dag met telefonische bijstand van een tolk is verhoord geeft immers aanleiding te veronderstellen dat de verdachte die inhoud eerder
nietdan
welheeft kunnen begrijpen. Dat het dossier een vertaling van de dagvaarding bevat, levert daarnaast geen relevante omstandigheid op voor de vraag of de verdachte van de aan hem in persoon op 21 juli 2022 uitgereikte dagvaarding de inhoud heeft kunnen begrijpen, aangezien het hof – zoals gezegd – niet heeft vastgesteld dat die vertaling aan de verdachte is verstrekt.
nietmachtig is. Het verzuim om uitvoering te geven aan de (schriftelijke) vertalingsverplichting van artikel 260 lid 5 Sv Pro is niet betwist en bovendien is niet gebleken dat de verdachte, die tot de betekening van het mondeling vonnis niet werd bijgestaan door een raadsman, op een later moment tijdig op de hoogte is geraakt van dag van de terechtzitting. Anders dan het hof heeft overwogen, mocht de verdachte in dit geval niet worden tegengeworpen dat hij geen navraag heeft gedaan naar de inhoud en betekenis van de aan hem uitgereikte dagvaarding. Zelfs indien zou worden aangenomen dat de verdachte over die mogelijkheid beschikte, laat dit onverlet dat is verzuimd uitvoering te geven aan de vertalingsverplichting. ’s Hofs oordeel dat het aan de verdachte zelf te wijten is dat hij het hoger beroep te laat heeft ingesteld, is dan ook niet begrijpelijk.