Conclusie
1.Inleiding en overzicht
Waar gaat de zaak in cassatie over?
binnenhet Wet VPS-regime, namelijk tussen de gevallen waarin art. 2(2) Wet VPS toepassing vindt en de gevallen waarin die bepaling geen toepassing vindt maar art. 2(6) Wet VPS (zie 6.7). In die laatste gevallen loopt de betaling van de uitkering aan de vereveningsgerechtigde namelijk wél via de pensioengerechtigde, net zoals onder het Boon/Van Loon-regime. Het gaat bovendien niet om een gering aantal gevallen (zie 3.32).
2.Uitgangspunten, geschil, oordelen feitenrechters en geding in cassatie
Uitgangspunten in cassatie
3.Verdeling pensioenrechten bij echtscheiding: Boon/Van Loon-arrest en de Wet VPS
Inleiding
nietdoor de pensioenuitvoerder gebeurt. De memorie van toelichting bij het hierna vermelde wetsvoorstel Wet pensioenverdeling bij scheiding 2022 vermeldt dat uit diverse onderzoeken en uit navraag bij pensioenuitvoerders volgt dat (slechts) “bij dertig tot vijftig procent van het aantal scheidingen pensioenverevening via de pensioenuitvoerders [blijkt] te zijn geregeld”. [39]
4.Inpassing Boon/Van Loon en Wet VPS in de inkomstenbelasting
nietin aanmerking worden genomen voor de toepassing van bepaalde artikelen) [66] en op de toelichting op die leden in de artikelsgewijze toelichting [67] .
De uitbreiding van de tariefmaatregel van art. 2.10(2) Wet IB 2001 per 1 januari 2020
6.Beschouwing
Algemeen kader
binnenhet Wet VPS-regime, namelijk tussen de gevallen waarin art. 2(2) Wet VPS toepassing vindt (gesplitste uitkering) en de gevallen waarin die bepaling geen toepassing vindt maar art. 2(6) Wet VPS (dooruitkering). Die laatste gevallen worden fiscaal hetzelfde behandeld als het archetypegeval van het Boon/Van Loon-regime (zie ook de in 4.21 vermelde wetsgeschiedenis van de Wet VPS).
uithet inkomen worden betaald en zal bij de vaststelling van de hoogte ervan rekening zijn gehouden met de hoogte van het inkomen, maar zij ziet niet specifiek op een bepaald inkomensbestanddeel. Bij de dooruitkering is dat laatste wel het geval: zij is onlosmakelijk verbonden met de ontvangen pensioenuitkering. Vanuit het draagkrachtbeginsel bezien is een asymmetrische behandeling van het inkomen en de aftrekpost dus bij de dooruitkering nóg problematischer dan bij alimentatie. Ik doel ten tweede op de bijzonderheid dat het geval van dooruitkering een evenknie heeft in het geval van gesplitste uitkering. Vanuit het perspectief van de per-saldo-pensioenuitkering (en het draagkrachtbeginsel) zijn dat gelijke gevallen. Vanuit dat perspectief zouden de gevallen zoveel mogelijk fiscaal gelijk moeten worden behandeld.
nietmet het stelsel van de wet, de daarin geregelde gevallen en de daaraan ten grondslag liggende beginselen of de wetsgeschiedenis.