Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
b. verwoord.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Wettelijk kader
Volgens artikel 5.2, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling Zv bedraagt in afwijking van het eerste lid het bijdragepercentage: over belastbare periodieke uitkeringen of verstrekkingen op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 toepassing vindt, indien deze periodieke uitkering of verstrekking ook in 2005 is genoten, nihil.
(…)”
b. over belastbare periodieke uitkeringen of verstrekkingen op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 toepassing vindt, indien deze periodieke uitkering of verstrekking ook in 2005 is genoten. (…)”
Boon-Van Loon-arrest is verschuldigd
.Eiser blijft aldus gerechtigd tot het pensioen en dient voor de toepassing van genoemde bepalingen te worden aangemerkt als degene die de pensioenuitkeringen heeft genoten. Dat het ABP de pensioenuitkeringen voor een deel rechtstreeks uitbetaalt aan de ex-partner van eiser, maakt het vorenstaande niet anders.