ECLI:NL:HR:2005:AT2619
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Toepassing Wet verevening pensioenrechten bij scheiding op reservistenpensioen
De vrouw vorderde betaling van de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde militair pensioen van de man, inclusief het pensioen opgebouwd als reservist, op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp). De rechtbank wees deze subsidiaire vordering toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat het reservistenpensioen niet onder de Wvp valt vanwege het karakter van de pensioenrechten.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan het begrip 'ouderdomspensioen' in de Wvp. Hoewel het reservistenpensioen verschilt van het reguliere diensttijdpensioen, vertoont het wezenlijke kenmerken van ouderdomspensioen en is het bedoeld als vervanging van arbeidsinkomen na pensionering.
De Hoge Raad benadrukt dat de Wvp juist een redelijke verdeling van pensioenrechten beoogt, mede gezien de maatschappelijke context waarbij vrouwen vaak minder pensioen opbouwen. Daarom is de Wvp wel van toepassing op het reservistenpensioen, en dient dit pensioenrecht niet in de gemeenschap van goederen te vallen. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij wordt vastgesteld dat de Wvp van toepassing is op het reservistenpensioen.