ECLI:NL:PHR:2025:216
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging veroordeling proceskosten benadeelde partij wegens onjuiste vergoeding reiskosten
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor mishandeling en tot een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de benadeelde partij, waaronder een bedrag van € 10,92 aan reiskosten.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen de veroordeling, met twee middelen: een tegen de toekenning van de proceskosten en een tegen de motivering van de strafoplegging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de reiskosten van de benadeelde partij toekende, omdat deze met een gemachtigde (advocaat) procedeerde en dergelijke kosten volgens art. 238 Rv Pro niet vergoed kunnen worden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de proceskosten betreft, maar verwerpt het middel over de strafmotivering. Hoewel het hof onterecht recente boetes voor onverzekerd rijden meenam in de strafoplegging, was dit van ondergeschikt belang en rechtvaardigt het geen vernietiging. De Hoge Raad constateert tevens een termijnoverschrijding, maar ziet geen aanleiding tot verdere maatregelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de veroordeling tot betaling van proceskosten van € 10,92 wegens onjuiste vergoeding van reiskosten, en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.