Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 maart 2023.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens meermalige mishandeling van zijn biologische kind en stiefkind. Het hof motiveerde de straf onder meer door de ernst en duur van de mishandelingen, de psychische en fysieke schade bij de kinderen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere voorwaardelijke sepots.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen de strafmotivering, met name tegen het feit dat het hof strafverzwarende betekenis gaf aan twee voorwaardelijk geseponeerde huiselijk geweldzaken uit 2012 en 2015. De Hoge Raad herhaalde de jurisprudentie dat alleen onherroepelijke veroordelingen of strafbeschikkingen mogen worden meegewogen bij strafoplegging. Omdat de sepots niet onherroepelijk waren, was het middel terecht voorgesteld.
Toch oordeelde de Hoge Raad dat deze omstandigheid in de strafmotivering ondergeschikt was en geen cassatiegrond opleverde. Ook andere klachten van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en de opgelegde straf, waarbij rekening was gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf van 17 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor mishandeling stiefkind en kind.