Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
4.Beslissing
28 maart 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak betreffende openlijke geweldpleging tijdens nieuwjaarsnacht 2016 te Haarlem, waarbij een slachtoffer is overleden, heeft het hof de verdachte veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan benadeelde partijen. Deze proceskosten betroffen reis- en verblijfkosten die door de benadeelde partijen zelf waren gemaakt, terwijl zij in hoger beroep werden bijgestaan door advocaten.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 238 en Pro 239 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 532 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) reis- en verblijfkosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen indien de benadeelde partij zonder gemachtigde procedeert. Indien een gemachtigde optreedt, komen slechts de kosten van salaris en noodzakelijke verschotten van die gemachtigde voor vergoeding in aanmerking. Het hof heeft de verdachte ten onrechte veroordeeld tot vergoeding van de door benadeelde partijen zelf gemaakte reis- en verblijfkosten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest waarin de verdachte is veroordeeld tot betaling van deze proceskosten en wijst de gevorderde kosten af. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en benadrukt dat deze uitspraak geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van benadeelden om schadevergoeding te vorderen op grond van het materiële burgerlijk recht.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van proceskostenveroordelingen in strafzaken waarbij benadeelden met gemachtigden procederen en bevestigt de limitatieve regeling van artikel 237 tot Pro en met 240 Rv.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de proceskostenveroordeling voor reis- en verblijfkosten van benadeelde partijen die met gemachtigde procedeerden en wijst deze kosten af.