Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 april 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs, met een gevangenisstraf van 4 weken (waarvan 2 voorwaardelijk) en een taakstraf van 28 uur. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar twee eerdere veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten, die op het moment van het bewezenverklaarde feit nog niet onherroepelijk waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte zwaar heeft meegewogen dat de verdachte ondanks deze eerdere veroordelingen opnieuw de overtreding beging, terwijl deze veroordelingen nog niet onherroepelijk waren ten tijde van het bewezenverklaarde feit. Volgens vaste jurisprudentie mag een niet tenlastegelegd feit alleen worden meegewogen indien de veroordeling daarvoor onherroepelijk is op het moment van het begaan van het feit waarop de strafoplegging betrekking heeft.
Daarom is de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd en vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.