Conclusie
Nummer23/01018
Inleiding
Het eerste middel
1. Het proces-verbaal van aangifte, d.d. 19 juni 2019, dossierpagina’s 13-21, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :
gelet op bewijsmiddel 2 en de bewijsoverweging van het hof, begrijp ik dat hier sprake is van een kennelijke vergissing en dat in plaats van IMG_1466.MOV, dat geen geluidsbestand bevat, wordt bedoeld: IMG_1468.MOV, D.P.] van mij is. De transcriptie van deze fragmenten zoals deze zijn geverbaliseerd door de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen kloppen. Ik hoor inderdaad een vrouwenstem huilen.
gelet op bewijsmiddel 2 en de bewijsoverweging van het hof, begrijp ik dat hier sprake is van een kennelijke vergissing en dat in plaats van IMG_1466.MOV, dat geen geluidsbestand bevat, wordt bedoeld: IMG_1468.MOV, D.P.]
zoals deze zich in het dossier bevindt en door het hof in raadkamer is beluisterd.”
“stop this, stop this [verdachte] ! This is red”niet anders worden opgevat als een duidelijke wilsuitdrukking dat aangeefster, in ieder geval op en vanaf dat moment, geen seks met verdachte wil hebben. Daarbij betrekt het hof niet alleen de taalkundige betekenis die het woord stop heeft, maar ook het feit dat nadien de woorden
“ [verdachte] I’m in pain. Can you please stop,
“Please stop”.
“Can you please stop, I’m in pain”en
“ I don’t want”huilend werden uitgesproken. Kennelijk had het codewoord ‘red’ geen zeggingskracht waarna veelvuldig werd teruggevallen op het niet mis te verstane woord stop. Zodra aangeefster gewaar werd dat verdachte nog steeds niet stopte volgde het huilen. Het huilen, zoals dat te horen is op geluidsbestand IMG 1468.MOV, laat zich goed denken bij een verkrachting en past ook bij de angst voor verdachte op dat moment die aangeefster zei te hebben.
[verdachte] I am having my period) de verdachte reageert met de opmerking dat dat niet uitmaakt (
That does’t matter). Aangeefster gebruikt in dit verband het woord red evenwel niet. Op het moment dat zij dat woord wel gebruikt reageert verdachte daar niet op. Het hof acht het dan ook niet aannemelijk dat verdachte bij het horen van het woord red veronderstelde dat aangeefster daarmee enkel bedoelde te zeggen dat zij ongesteld was.
Het tweede middel
of[
onderstreping van mij, D.P.] dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. [4] De klacht houdt in dat het hof geen oordeel heeft gegeven over deze redelijke verwachting, en dat ook niet bewezen is dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard. Volgens de steller van het middel volgt uit de bewijsmiddelen dat de aangeefster uit angst de moed voor verzet heeft opgegeven en dat daarom niet kan worden gezegd dat de verdachte de aangeefster heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat de aangeefster zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken.