Conclusie
Nummer22/00938
Feit 1: Hennepkwekerij [a-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 1)
Standpunt verdediging
hervatin de stand waarin het zich ten tijde van de schorsing op 29 januari 2021 bevond.
voorzitterdoet vervolgens
medeverdachte [betrokkene 6] als getuigevoor het hof verschijnen. Diens personalia is aan het begin van de zitting gecontroleerd. Hij verklaart desgevraagd geen bloed- of aanverwant van verdachte te zijn en legt vervolgens op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte af, nadat de voorzitter de getuige heeft gewezen op zijn verschoningsrecht.
Op vragen van de voorzitter antwoordt de getuige - zakelijk weergegeven - :
voorzitterdeelt mede dat het hof geen vragen heeft voor deze getuige. De
advocaat-generaalverklaart dat dat ook voor hem geldt.
raadsmanantwoordt de getuige dat hij zich ten aanzien van alle vragen op zijn verschoningsrecht zal beroepen. De raadsman ziet daarop af van het stellen van nadere vragen.
20 januari 2022 om 09:30 uurwordt het onderzoek ter terechtzitting in zowel de straf als de ontnemingszaak hervat.
raadsman. Hij voert het woord overeenkomstig een door hem (digitaal) overgelegde pleitnota, die aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.’
‘Feit 1 [a-straat] [plaats]
Feit 2
Feit 5
Bespreking eerste middel
sole or decisive’bewijs is, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ik neem daarbij in aanmerking dat Uw Raad eist dat de verklaring ‘in voldoende mate’ steun vindt in andere bewijsmiddelen en dat dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de hem belastende verklaringen die de verdachte betwist. Uw Raad stelt niet de eis dat bij het volledig buiten beschouwing laten van de betwiste onderdelen van de afgelegde verklaring een (identieke) bewezenverklaring zou zijn gevolgd. [3]