Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 18 januari 2019 (…):
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2021 (…):
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 5 september 2022(…):
verdachte:
[aangeefster 1], geboren op [geboortedatum] 1992:
[aangeefster 1]:
[aangeefster 2], geboren op [geboortedatum] 1990:
[aangeefster 2]:
mededeling van verbalisanten:
[betrokkene 3]:
[betrokkene 4]:
[betrokkene 5]:
3.Het eerste middel
“anders dan de raadsman van oordeel (is) dat er naast het hierna te bespreken schakelbewijs voldoende ondersteunend bewijs voor de aangiftes aanwezig is.”In cassatie wordt deze overweging aangegrepen en wordt in deelklacht 1 betwist dat er specifiek voor feit 2 voldoende ondersteunend bewijs beschikbaar is. In deelklacht 2 wordt datzelfde betoogd maar dan voor beide feiten. Dat dit laatste in de toelichting op de beide deelklachten tot enige overlap heeft geleid, zal niet verbazen.
4.Het tweede middel
alleminderjarigen (…), nu het [AG: hof] ter onderbouwing hiervan heeft overwogen dat het gegeven dat verzoeker als dansleraar nu nog steeds in contact komt met meisjes jonger dan 16 jaar een onaanvaardbaar risico vormt voor minderjarige meisjes en deze motivering het opleggen van een beroepsverbod ten aanzien van het geven van dansles aan minderjarige jongens, waartoe het beroepsverbod zich gelet op de formulering ook uitstrekt, niet kan dragen.” In de toelichting op het middel wordt gesteld dat dit oordeel van het hof innerlijk tegenstrijdig is en dat het opgelegde beroepsverbod disproportioneel is, omdat de verdachte geen gevaar voor minderjarige jongens vormt. Het te ruim geformuleerde beroepsverbod verdraagt zich volgens de steller van het middel daarom niet met een grondbeginsel voor de straftoemeting, het zogenoemde proportionaliteitsbeginsel, welk beginsel onder meer ook tot uitdrukking komt in art. 49 lid 3 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (EU Handvest).
Oplegging van straffen en maatregelen
alleminderjarigen zou disproportioneel zijn.