Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
5 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een 40-jarige dansleraar die meermalen ontucht pleegde met twee meisjes tussen 12 en 16 jaar. Het gerechtshof Amsterdam heeft hem veroordeeld en een beroepsverbod opgelegd om aan alle minderjarigen dansles te geven.
In cassatie stelde de verdachte onder meer vragen over het bewijsminimum en de motivering van het beroepsverbod. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motieven nader toe te lichten omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de verklaringen van de aangeefsters voldoende steun vinden in het bewijs en dat het opgelegde beroepsverbod proportioneel is. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling en de bijkomende straf in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, de veroordeling en het beroepsverbod blijven in stand.