Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 augustus 2020 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :
het hof begrijpt: de moeder van [betrokkene 2]) en vier kinderen nog ingeschreven. [betrokkene 1] had voor 5 augustus 2020 haar huissleutels moeten inleveren. Dit is haar per mail op 29 juli 2020 aangezegd, omdat zij zelf de huur had opgezegd. [betrokkene 1] heeft tot op heden nog geen sleutels van de woning ingeleverd.
het hof begrijpt: op 6 augustus 2020), in een woning voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [a-straat 1] [plaats] , binnen de gemeente [plaats] .
het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 2]) achter op een scooter kwam aanrijden bij zijn voormalige woning. Ik zag dat hij met de andere persoon en de scooter direct achter het huis reed in de tuin van perceelnummer [a-straat 1] . Kort daarna maakte [betrokkene 2] de gordijnen aan de voorzijde van de woning dicht en kort daarna maakte hij de rolgordijnen boven dicht. Kort daarna kreeg ik een berichtje van de buurvrouw dat de woning op nummer [a-straat 1] in brand stond. [betrokkene 2] droeg een spijkerbroek, witte helm, donker T-shirt. De andere jongen een zwarte helm, helemaal in het zwart gekleed.
het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 2]) achterop een scooter, samen met een andere persoon, had zien aan komen rijden bij zijn voormalige woning. Ik nam vervolgens telefonisch contact op met [betrokkene 3] . Ik hoorde dat [betrokkene 3] zei dat hij buiten stond bij een boom toen hij een zwaar geluid hoorde. [betrokkene 3] verklaarde dat hij eerst dacht dat er een motor aan kwam, maar toen zag hij dat het een brommer betrof waarop [betrokkene 2] achterop zat en een andere persoon de brommer bestuurde. Ik hoorde dat [betrokkene 3] zei dat hij zag dat de brommer aan kwam gereden vanuit de richting van de [c-straat] . Ik hoorde dat [betrokkene 3] zei dat de brommer stopte voor het adres [a-straat 1] en dat [betrokkene 2] van de brommer afstapte. Vervolgens verklaarde [betrokkene 3] dat de bestuurder van de brommer door het poortje de achtertuin inreed en dat [betrokkene 2] erachter aan liep. Even later zag [betrokkene 3] dat [betrokkene 2] de gordijnen dicht deed in de woning. Ik hoorde dat [betrokkene 3] zei dat hij er geen goed gevoel over had aangezien [betrokkene 2] al vier maanden niet meer woont op het adres [a-straat 1] . [betrokkene 3] verklaarde verder dat, omdat hij de zaak niet vertrouwde en hij weg moest voor een afspraak, aan de deur ging bij zijn achterbuurman [betrokkene 4] van [c-straat 1] (Dit wist [betrokkene 3] niet zeker). Ik hoorde dat [betrokkene 3] zei dat zijn achterbuurman [betrokkene 4] tegen hem zei dat hij [betrokkene 2] ook had gezien op de brommer en dat hij het in de gaten zou houden. Ik hoorde dat [betrokkene 3] verklaarde dat hij nog geen 20 minuten weg was en al werd gebeld dat de woning in brand stond.
het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 2]). De andere persoon zal wel een vriend van hem zijn. Ik zag dat die zoon des huizes een witte helm in zijn hand vast hield. Ik zag dat hij aan de keukendeur voelde, maar deze was dicht. Ik zag dat die andere persoon aan de woonkamerdeur voelde. Deze bleef ook dicht. Ik zag dat beide jongens vervolgens naar de voorzijde van de woning liepen. Daarna had ik er geen zicht meer op. Ik liep weer naar boven zodat ik weer uit het raam kon kijken. Ik zag dat de jongens op dat moment uit de woning kwamen gerend vanuit de woonkamerdeur. Ik zag dat ze renden naar de voorzijde van de woning. Ik weet voor 90 procent zeker dat ze allebei uit de woning kwamen gerend. Even later reed er een brommer achter door het paadje en toen zag ik de witte helm boven de schutting uitsteken. De zoon des huizes zat achterop de brommer. Enkele ogenblikken later zag ik rookontwikkeling in de woning.
7.Fotobijlage uitzicht op achterzijde woning [a-straat 1] , pagina 80.
het hof begrijpt: op 6 augustus 2020) heb gezien. Ik zag [betrokkene 2] om 20:15 uur de straat in komen lopen. We stonden met meerdere mensen buiten. Ik zag [betrokkene 2] , met in de hand een scooter, samen met een ander jongen aan komen lopen. [betrokkene 2] had een witte helm op en de andere jongen een zwarte helm. Ze gingen met de scooter de oprit van de woning [a-straat 1] op. Ik zag dat ze hun helm af deden. Ik zag beide jongens achterom lopen.
Bespreking verweren
3.Het middel
zeer indicatiefzijn voor een scenario waarin de verdachte schuldig is aan het aan hem ten laste gelegde feit, maar tegelijkertijd op basis van deze bewijsmiddelen alternatieve scenario’s waarin de verdachte onschuldig is of hem een minder ernstig verwijt kan worden gemaakt (bijvoorbeeld medeplichtigheid in plaats van medeplegen) niet kunnen worden uitgesloten, van de verdachte mag worden gevergd dat hij een aannemelijke verklaring aflegt over de – in het licht van het tenlastegelegde – relevante belastende omstandigheden. Doet hij dit niet dan mag de rechter uitgaan van het voor de verdachte belastende scenario. Het uitblijven van de verklaring draagt in zo’n geval dus niet bij aan het bewijs, maar kan wel een rol spelen bij de (belastende dan wel ontlastende) interpretatie van de bewijsmiddelen en daarmee doorslaggevend zijn voor het oordeel om tot een bewezenverklaring te komen. [4] Meijer en Ter Haar verwoorden het als volgt: