Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
NJ2019/124 het volgende overwogen:
de wijze waaropde burgeraanhouding wordt verricht, proportioneel en subsidiair moet zijn. Daarmee is echter niet gezegd dat de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit geen enkele rol spelen bij de vraag
ofvan de bevoegdheid tot aanhouding gebruik mag worden gemaakt. De wetgever heeft al in 1913/14 tot uitdrukking gebracht dat de bevoegdheid tot aanhouding niet bij elk strafbaar feit zal behoeven te worden ingezet: [2]
3.Het tweede middel
NJ2016/316 m.nt. N. Rozemond, van belang. In dat arrest heeft de Hoge Raad het volgende overwogen over een beroep op noodweerexces en culpa in causa (met weglating van voetnoten):
Noodweerexces
voortzetting van de aanranding[cursivering AG] nadat deze auto tot stilstand was gekomen”.
NJ2006/509 m.nt. Y. Buruma. [7] In die zaak brachten collega’s van een taxichauffeur een bezoek aan een klant die weigerde te betalen, om hem alsnog tot betalen te bewegen. De wanbetaler stond klaar met een koevoet en sloeg de verdachte, waarna de verdachte de koevoet bemachtigde en de klant sloeg. Het hof had geoordeeld dat de verdachte geen geslaagd beroep op noodweer(exces) toekwam, omdat hij zich “willens en wetens in een situatie [heeft] begeven waarin een agressieve reactie van het latere slachtoffer te verwachten was.” Dat oordeel liet de Hoge Raad niet in stand, omdat die enkele omstandigheid – in aanmerking genomen dat er sprake was van (ernstige) agressie van het slachtoffer – onvoldoende is om te kunnen aannemen dat in dat geval sprake is van zodanige eigen schuld dat dit aan de aanvaarding van het beroep op noodweer(exces) in de weg staat. Soortgelijke oordelen zijn terug te vinden in het arresten van HR 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0152,
NJ1997/627, m.nt. J. de Hullu, HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:864,
NJ2016/461, m.nt. N. Rozemond en HR 12 december 2017, HR:2017:3117,
NJ2018/217, m.nt. H.D. Wolswijk. Uit deze arresten is af te leiden dat het gaat om een totaaloordeel, waarin zowel de mate van eigen schuld als de ernst van de aanranding een rol speelt. [8] De mate van eigen schuld en de ernst van de aanranding fungeren in dat opzicht als communicerende vaten.
NJ2010/282, m.nt. N. Keijzer. In die zaak was de verdachte, die op krukken liep, een wijkcentrum binnengegaan en maakte daar stampij. Daarop heeft de voorzitter de verdachte verzocht het wijkcentrum te verlaten. Toen de verdachte dat weigerde, heeft de voorzitter de verdachte vastgepakt en naar de uitgang geduwd. Vervolgens heeft de verdachte de voorzitter bedreigd. Het beroep op noodweer(exces) werd afgewezen door het hof. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand en overwoog: