Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede en het derde middel
BJ2808). Bij de beoordeling of zich omstandigheden voordoen die tot het oordeel leiden dat de uitoefening van de bediening niet rechtmatig is, kan de strafrechter de noodzaak en proportionaliteit van het desbetreffende overheidsoptreden betrekken. De enkele omstandigheid dat, zoals ter terechtzitting van het Hof is aangevoerd, de Nationale ombudsman - in naar in de toelichting op het middel wordt gesteld: "een vergelijkbare zaak" - in het kader van zijn aan hem in art. 9:27 Algemene Pro wet bestuursrecht opgedragen taak te beoordelen, of "het bestuursorgaan zich al dan niet behoorlijk heeft gedragen", tot de conclusie is gekomen dat in die bewuste zaak het aanleggen van de handboeien niet behoorlijk was omdat "geen concrete feiten of omstandigheden zijn aangetoond die het aanleggen van de handboeien bij (...) op zich zouden kunnen rechtvaardigen", noopte het Hof niet zijn - andersoortige - oordeel betreffende de rechtmatigheid van dat gedrag nader te motiveren.
4.Beslissing
7 oktober 2014.