ECLI:NL:PHR:2023:559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bewijsgebruik, strafmotivering en redelijke termijn in diamantroofzaak Schiphol 2005
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte veroordeeld door het gerechtshof Amsterdam voor betrokkenheid bij de diamantroof op Schiphol in 2005 en het bezit van vuurwapens en explosieven. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van negen jaar en zes maanden opgelegd.
De cassatie richt zich op drie hoofdpunten: het gebruik van uitlatingen van betrokkenen in OVC-gesprekken als bewijs, de strafmotivering door het hof en de overschrijding van de redelijke termijn. De advocaat-generaal voert aan dat het hof terecht het bewijs van de OVC-uitlatingen heeft toegelaten en gemotiveerd, maar dat de redelijke termijn is overschreden terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis zat, wat tot strafvermindering moet leiden.
Het hof oordeelde dat de uitlatingen authentiek en betrouwbaar zijn, en dat het bewijs niet uitsluitend op deze uitlatingen berust. Ook werd geoordeeld dat de straf passend is gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en de maatschappelijke impact van de overval. De Hoge Raad vindt de klacht over de redelijke termijn gegrond en beveelt vermindering van de straf, maar verwerpt de overige middelen. Tevens oordeelt het hof dat het verweer dat het vuurwapen en explosieven buiten de wetenschap van de verdachte lagen, niet aannemelijk is.
De conclusie is vernietiging van het arrest voor wat betreft de duur van de straf en vermindering daarvan, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn, verwerpt overige klachten.