ECLI:NL:PHR:2023:35
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken advocaat bij Hoge Raad en elektronische indiening
In deze zaak heeft de kantonrechter te Dordrecht bij eindvonnis van 11 februari 2021 verklaard dat de huurovereenkomst voor twee parkeerplaatsen is opgezegd en de eiser tot ontruiming en betaling van proceskosten veroordeeld. Het hof Den Haag heeft dit vonnis bij arrest van 29 maart 2022 bekrachtigd. De eiser tot cassatie heeft vervolgens op 29 juni 2022 een cassatieberoep ingesteld zonder tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad en zonder elektronische indiening via het daarvoor bestemde portaal.
De waarnemend griffier heeft de eiser gewezen op de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het ontbreken van een advocaat en het niet indienen via het elektronische portaal, en heeft een termijn van twee weken gegeven om dit te herstellen. Binnen deze termijn is geen correcte procesinleiding ontvangen. De eiser handhaaft zijn beroep, maar voldoet niet aan de formele vereisten.
De Hoge Raad overweegt dat een cassatieberoep in burgerlijke zaken alleen ontvankelijk is indien het wordt ingesteld door een advocaat bij de Hoge Raad en via elektronische weg wordt ingediend. Het niet naleven van deze voorschriften leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij het verzuim binnen twee weken wordt hersteld. Omdat herstel uitblijft, wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaat bij de Hoge Raad en het niet elektronisch indienen van de procesinleiding.