Conclusie
in hun hoedanigheid van de gezamenlijke erfgenamen van [de erflater] .
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
de Antea Group) opdracht gegeven om de oppervlakte van de aan te kopen strook te bepalen. De Antea Group heeft op 26 februari 2014 de definitieve versie van een zogenaamde 'Grondaankooptekening’ opgesteld met daarop onder andere vermeld de bestaande en de toekomstige situatie van de percelen, de werkstrook en de kadastrale perceelnummers. Zij heeft de totale oppervlakte van de strook berekend op 6.054 m2.
Dit is niet conform onze contractuele afspraak, bovendien wijken minuutgrenzen aanzienlijk af in de praktijk zoals u zelf ook terecht erkende tijdens onze laatste gesprek van 13 april jl.
In eerste aanleg
de kantonrechter) heeft bij vonnis van 23 mei 2019 [21] (hierna:
het vonnis van de kantonrechter) het verweer van [de erflater] verworpen en de vordering van HHNK in conventie toegewezen, met veroordeling van [de erflater] in de proceskosten in conventie. Zij heeft daartoe, samengevat en voor zover in cassatie van belang, overwogen dat partijen ingevolge de koopovereenkomst en daarop volgende notariële leveringsakte zijn overeengekomen dat verrekening zou plaatsvinden bij verschil tussen de in de koopovereenkomst genoemde ‘globale’ oppervlakte en de feitelijke grootte van het verkochte en dat [de erflater] , gelet daarop, in redelijkheid niet mocht verwachten dat de in de koopovereenkomst vermelde oppervlakte ook de definitieve oppervlakte van de strook zou zijn. Partijen hebben immers uitdrukkelijk afgesproken dat verrekening van over-/ondermaat zou plaatsvinden. [de erflater] heeft tegenover de – mede door het kadaster – onderbouwde stellingen van HHNK onvoldoende gesteld om aan de metingen te twijfelen. Bij de metingen is uitgegaan van de oppervlakte van de door HHNK aangekochte percelen en zijn de minuutgrenzen niet leidend geweest. Geen grond bestaat voor de conclusie dat HHNK zijn rechten heeft verwerkt of dat HHNK niet heeft voldaan aan zijn klachtplicht. [22]
het hof) heeft bij arrest van 15 juni 2021 [23] het vonnis van de kantonrechter in conventie vernietigd, in zoverre opnieuw rechtdoende de vorderingen van HHNK afgewezen met veroordeling van HHNK in de kosten van het geding in conventie in eerste aanleg, het vonnis van de kantonrechter voor het overige bekrachtigd, HHNK veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep en deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De Antea Group heeft in 2014 de oppervlakte van de strook op een digitale tekening met begrenzingen geïnventariseerd en op basis van een geraamde ligging van de nieuwe erfgrens becijferd op 6.054 m2. Partijen zijn het er over eens dat dit nauwkeurig is gebeurd en zij zijn bij het sluiten van de overeenkomst beiden met die tekening en de daarop aangegeven begrenzingen akkoord gegaan. Gesteld noch gebleken is dat [de erflater] toen aan HHNK heeft laten weten dat hij nog steeds vasthield aan de voorwaarde dat het kadaster de exacte ligging van álle perceelsgrenzen zou bepalen en vaststaat dat hij daar op 21 december 2016, bij de aanwijzing van de nieuwe erfgrens in aanwezigheid van het kadaster, ook niet om heeft gevraagd. HHNK mocht en mag er dan ook van uitgaan dat [de erflater] die voorwaarde heeft laten varen en akkoord ging met de oorspronkelijke perceelsgrenzen die de Antea Group heeft vastgesteld. Ook grief 3 heeft daarom geen succes.’
het bestreden arrest).
de erfgenamen), in hun hoedanigheid van enige erfgenamen van [de erflater] die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard en tot executeur testamentair zijn benoemd en deze benoeming zuiver hebben aanvaard, hervatting van de cassatieprocedure gevraagd. Bij akte, eveneens ter rolle van 24 december 2021, heeft HHNK ingestemd met de voortzetting van het geding. [26]
4.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 4lees ik ten eerste de stelling(en) dat het hof met zijn oordeel in r.o. 3.10, dat [de erflater] ervan mocht uitgaan dat de oppervlakte van de verkochte strook zou worden berekend op basis van de oude perceelsgrenzen zoals die door Antea zijn vastgesteld en door partijen geaccordeerd, heeft miskend dat ook minuutgrenzen als exact (authentiek) moeten worden aangemerkt, omdat het authentieke gegevens zijn als bedoeld in art. 7f lid 2 jo. art. 48 Kadw Pro en dat de oppervlakte van de percelen niet ter discussie staat. Tevens stelt het onderdeel dat voornoemd oordeel onjuist is, omdat de Dienst voor het kadaster en de openbare registers krachtens art. 3 van Pro de Kadw bij uitsluiting van anderen is belast met het houden en bijwerken van de basisregistratie kadaster als in deze zaak aan de orde. Althans is het oordeel van het hof in het licht van deze stellingen onbegrijpelijk en had het hof moeten motiveren waarom minuutgrenzen niet als exact en vaststaand moeten worden beschouwd.