Conclusie
Nummer20/02378 P
Het cassatieberoep
Het eerste middel
De betrokkene is bij arrest van dit gerechtshof van 30 januari 2013 (parketnummer 24-002363-10) ter zake van onder meer de handel in illegaal vuurwerk veroordeeld tot straf. Bij arrest van 7 april 2015 heeft de Hoge Raad dit arrest van het gerechtshof vernietigd, zij het uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, en heeft de Hoge Raad die strafzaak zelf afgedaan.
weergegeven) overgenomen.
De beoordeling van het eerste middel
1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
zoals dit gold ten tijde van de procedure” getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. [9] Dit hoeft naar mijn inzicht echter niet tot cassatie te leiden indien in het bestreden arrest besloten ligt dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 36e (oud) Sr. Daarover het volgende.
andere strafbare feiten” op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft gekregen. [11]