Conclusie
Feit 1 Mensenhandel
en/of haar mededader, wist(en) dat een of meer voornoemde slachtoffers/personen in een slechte financiële situatie verkeerden en/of de (financiële) situatie in Venezuela heel slecht is en/of dat die slachtoffers
hetPapiaments en/of
deNederlandse taal niet of nauwelijks machtig waren en/of die slachtoffers (vrijwel) niemand kenden
inCuraçao en geen werkvergunningen en/of verblijfsvergunningen
inCuraçao hadden en/of onder slechte woon- en/of werkomstandigheden hier zouden gaan leven en/of werken,
III. Het verweer van de verdediging
2. Feit 1: A. Primair mensenhandel en B. Subsidiair medeplichtigheid aan mensenhandel
Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat uitbuiting onvrijheid bij de uitgebuite persoon veronderstelt waar de uitbuiter van profiteert. De mate van onvrijheid zal verschillen per situatie. Inden de vrijheidsbeperking gering is, zal meer gewicht komen te liggen op het (economisch) gewin voor de uitbuiter. Indien de vrijheidsbeperking fors is, is de grootte van het profijt voor de uitbuiter minder relevant. Uitbuiting is aan de orde op het moment dat bepaalde dwangmiddelen worden ingezet jegens een ander teneinde profijt te trekken van die ander”.
sub atenlastegelegde. De bewezenverklaring houdt wat dat betreft in dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander verschillende vrouwen met het oogmerk van uitbuiting heeft gehuisvest en/of opgenomen door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie.
sub atenlastegelegde onder meer het volgende. De in de bewezenverklaring bij naam als slachtoffer van mensenhandel aangeduide personen zijn vanuit Venezuela naar Curaçao gekomen om daar te werken. Zij verbleven in Curaçao in door de medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) – de moeder van de verdachte in de voorliggende zaak – geregelde huisvesting die inhield dat de slachtoffers met onder meer andere vrouwen verbleven in woningen met slaapkamers waarin telkens meerdere personen waren gehuisvest zodat zij daar geen privacy hadden. Aangekomen in Curaçao werden deze vrouwen onverwacht geconfronteerd met een schuld die zij moesten afbetalen vanwege de mede door [medeverdachte 4] geregelde reis die zij vanuit Venezuela naar Curaçao hadden gemaakt. Deze schuld moest binnen korte tijd worden terugbetaald en nam ook steeds toe doordat [medeverdachte 4] aan de vrouwen kosten in rekening bracht voor onder meer huisvesting, eten, internet, water en elektriciteit. Ook kon de bestaande schuld aan [medeverdachte 4] steeds verder toenemen doordat boetes werden opgelegd op het overtreden van de regels die golden binnen de bar waar de vrouwen werden tewerkgesteld, zoals het verbod om de mobiele telefoon tijdens het werk te gebruiken of om te laat te komen. Anders dan waar de vrouwen vanuit waren gegaan toen zij naar Curaçao afreisden, zagen zij zich genoodzaakt te werken als trago-meisjes om de aan hen in Curaçao opgelegde geldschuld af te betalen. De vrouwen moesten de werkzaamheden als trago-meisje verrichten in de bar van [medeverdachte 4] waar de verdachte de manager was. De werkzaamheden als trago-meisje hielden in dat klanten van de bar door de vrouwen bediend en geamuseerd moesten worden en dat er met deze klanten gedanst diende te worden met als doel dat de klanten in de bar drankjes voor hen zouden kopen. De omstandigheden waaronder de vrouwen deze werkzaamheden verrichtten, hielden onder meer in dat i) zij zes dagen per week werkten van 20.00 uur tot en met 04.00 uur, ii) zij tijdens hun werktijd geen pauze hadden, iii) zij enkel mochten drinken wat de klanten voor hen aan drankjes kochten en iv) zij tijdens het werk in de bar audiovisueel werden geregistreerd en hun werd medegedeeld dat wat in de bar gaande was gezien en gehoord kon worden. Voor hun werkzaamheden als trago-meisje ontvingen de vrouwen niet daadwerkelijk een geldbedrag aan salaris, maar het bedrag dat door hen werd ‘verdiend’ doordat in de bar voor hen door klanten drankjes werden gekocht, werd verrekend met hun ‘beginschuld’. Ook waren de vrouwen niet in het bezit van een werkvergunning; sommigen van hen waren (op enig moment) illegaal in Curaçao. Verder waren zij niet vrij om weg te gaan bij [medeverdachte 4] voordat zij het telkens aangepaste schuldbedrag aan [medeverdachte 4] hadden betaald.