Conclusie
[…] Cliënt is bij de zaak betrokken, maar dat hij daarvoor vier maanden gevangenisstraf zou moeten uitzitten dat wil hij zijn familie niet aandoen. Daarentegen is cliënt bereid het door de rechtbank bij vonnis toegewezen bedrag van € 10.729,70 aan schadevergoeding aan de benadeelde partij te betalen. In het geval het hof de aanvulling van de posten van de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep meeneemt zal de verdediging zich ten aanzien daarvan refereren aan het oordeel van het hof.
Van beide kanten had anders gereageerd moeten worden. Client had moeten weglopen, maar er is ook sprake van culpa in causa. De verdediging verzoekt uw hof cliënt te veroordelen conform de door de officier van justitie ter terechtzitting in eerste aanleg gevorderde taakstraf. Indien het hof van oordeel is dat aan cliënt tevens een gevangenisstraf dient te worden opgelegd dan wordt verzocht deze in voorwaardelijke vorm, eventueel gecombineerd met een gebiedsverbod voor eethuis [A] te Beverwijk, op te leggen.”
NJ2001, 215 rov. 3.2 Druijff/Bouw).
Nadatde raadsman van de benadeelde partij de vordering op de terechtzitting op de voormelde wijze had toegelicht, deelde de raadsman van de verdachte ter terechtzitting mede:
[…]
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.”
NJ2019/379, m.nt. Vellinga over de vordering van de benadeelde partij, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende overwogen (de voetnoten zijn hier weggelaten):
[…]
fysiek letsel, zowel in zijn voorbeelden als in de passage daaropvolgend (nr. 27), waar benadrukt wordt dat ook de benadeelde partij fors letsel heeft opgelopen. De verdediging heeft dit schadebedrag ter terechtzitting niet betwist en toen zelfs expliciet gerefereerd aan het oordeel van het hof.