Conclusie
1.Inleiding
Inleiding
2.Kader suppletieplicht omzetbelasting
3.Schending van het nemo-teneturbeginsel?
Funke. [20] Het Hof spreekt over een de verdachte toekomend zwijgrecht (‘the right to remain silent’) en een recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie (‘the right not to contribute to incriminating himself’). [21]
criminal chargeomdat het niet voldoen van de materieel verschuldigde omzetbelasting en het doen van een onjuiste aangifte respectievelijk beboetbaar en strafbaar is (originele voetnoten weggelaten):
criminal charge, maar volgens dit hof kan het verbod van zelfincriminatie zijn betekenis verliezen als zou worden aanvaard dat de belastingplichtige melding moet maken van een feit dat aanleiding geeft tot een vermoeden van schuld, waaruit een
criminal chargekan voortvloeien:
criminal chargewaarvoor belanghebbende zichzelf incrimineert. Middels de suppletie brengt de belastingplichtige de inspecteur op de hoogte van een eerdere onjuiste of onvolledige aangifte waardoor te weinig belasting is voldaan. Dat laatste is het feit waarvoor de belastingplichtige met de suppletie belastend materiaal verstrekt. Indien het Hof heeft bedoeld dat de suppletie nooit tot een boete kan leiden, heeft het miskend dat voor het feit waarvan de belastingplichtige de inspecteur op de hoogte moet brengen wel bestuurlijke beboeting mogelijk is. Ook na suppletie blijft het immers mogelijk een verzuimboete op te leggen (zie onderdeel 2.8).
criminal chargetegen de belastingplichtige. De eerste volzin van artikel 6(1) EVRM luidt als volgt:
criminal chargetegen de belastingplichtige zal worden gebruikt. Dit volgt onder meer uit
J.B. [27] en
Chambaz [28] en heeft de civiele kamer van de Hoge Raad bevestigd in het arrest van 12 juli 2013 [29] :
Jussila [31] van de Grote Kamer van het EHRM over een fiscale boetezaak volgt dat ook een (lichte) boete met een punitief karakter als
criminal chargekan worden aangemerkt. [32]
Allen [33] heeft het EHRM vooropgesteld dat het recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie in beginsel niet in de weg staat aan de verplichting voor de belastingplichtige om informatie te delen ten behoeve van een juiste belastingheffing:
Allendus niet in strijd met artikel 6 EVRM Pro de belastingplichtige te verplichten een juiste aangifte in te dienen op straffe van een boete. Dat geval verschilt echter in die zin van de hier in geschil zijnde suppletieplicht dat deze plicht bestaat bovenop de plicht om van meet af aan een juiste aangifte in te dienen. De suppletieaangifte kan weliswaar als een aanvulling op de eerdere aangifte worden beschouwd (van het Latijnse woord
supplēre: aanvullen), maar afhankelijk van de omstandigheden kan de suppletie daarnaast een verkapte verklaring inhouden dat een eerdere aangifte onjuist was. [34] Dit leidt de inspecteur naar een beboetbaar feit, op grond van artikel 67c Awr. De suppletieplicht valt om die reden mijns inziens in beginsel onder de reikwijdte van het nemo-teneturbeginsel. Ik ben het in zoverre dus eens met Haas en Janssen die een schending van het nemo-teneturbeginsel mogelijk achten: [35]
Saunders [36] .Volgens de Hoge Raad moet het niet gaan om “materiaal dat weliswaar onder dwang is verkregen, maar bestaat onafhankelijk van de wil van de verdachte”. In een arrest van 12 juli 2013 overwoog de civiele kamer van de Hoge Raad:
de aard van het materiaal(of het in fysieke zin ‘bestaat’ onafhankelijk van de wil van de betrokkene).”
Saundersoverwoog het EHRM onder meer (cursiveringen van mijn hand):
an existence independent of the will of the suspectsuch as, inter alia, documents acquired pursuant to a warrant, breath, blood and urine samples and bodily tissue for the purpose of DNA testing.”
real evidenceeen zekere bescherming geniet. [40] Hij wijst in het bijzonder op de arresten van de Grote Kamer van het EHRM in de zaken
Jallohen
O’Halloranen
Francis [41] . Bleichrodt acht de uitleg plausibel dat het EHRM het onderscheid uit
Saunderstussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk materiaal niet als beslissend beschouwt, maar als een belangrijke factor in de beoordeling of de toegepaste aard en mate van dwang nog geoorloofd is, en dat de Straatsburgse rechtspraak meer ruimte biedt om de verdachte te dwingen aan de verkrijging van bewijs mee te werken als het om wilsonafhankelijk materiaal gaat. [42]
real evidence(voetnoten niet opgenomen): [44]
Jalloheen uitzonderlijk geval is vanwege de schending van art. 3 EVRM Pro. Het Hof hanteert (daarom) een specifieke motivering. Dat art. 6 was Pro geschonden, is een oordeel ten overvloede. Het is de vraag of het Hof zonder schending van art. 3 EVRM Pro ook zo zou beslissen. Wat is anders nog de betekenis van het onderscheid wilsafhankelijk/wilsonafhankelijk materiaal in § 69 van Saunders? Wanneer het niet-meewerkrecht (buiten situaties waarin art. 3 EVRM Pro is geschonden) ook fysiek bewijs zonder verklarende waarde zou omvatten, dan zou het Hof bovendien afwijken van de (…) Amerikaanse rechtspraak over het Fifth Amendment. Omdat het Hof al vaker aansluiting heeft gezocht bij de nemo tenetur-rechtspraak van onder meer de Amerikaanse rechter, ligt het op zichzelf niet voor de hand dat het daarvan uitdrukkelijk zou afwijken.”
criminal chargein de fiscale boete- of strafprocedure: [50]
Van Weerelt. Het EHRM overwoog onder meer: [51]
Jussilaweliswaar worden afgeleid dat ook een (lichte) boete met een punitief karakter als
criminal chargewordt aangemerkt (zie onderdeel 3.11), maar het EHRM overwoog in dat arrest ook dat “the criminal-head guarantees (…) not necessarily apply with their full stringency”. Deze overweging laat ruimte voor de gedachte dat bij fiscale boetes minder strenge eisen aan de rechtsbescherming kunnen worden gesteld dan gelden voor het ‘echte’ strafrecht. Uit
Jussilawordt niet duidelijk of de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro mogen worden afgezwakt of zelfs niet hoeven te worden gesteld als de
criminal charge- zoals in de onderhavige zaak - ‘slechts’ een verzuimboete betreft. [56]
advisory opinionte verzoeken op grond van het 16e Protocol EVRM, dan wel prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van het nemo-teneturbeginsel.
4.Beoordeling van de middelen en ambtshalve
Nemo-teneturbeginsel (ambtshalve)
criminal charge‘slechts’ een verzuimboete betreft.