“Ten aanzien van feit 1 subsidiair:
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 augustus 2018.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 22 maart 2017 heb ik na mijn werk de kinderen van school gehaald en naar de woning van hun vader, [benadeelde], gebracht. Op een gegeven moment ontstond er ruzie, waarbij hij onder meer tegen mij zei: “ik ben het zat, ga het huis uit”. Vervolgens heb ik hem tegen het hoofd geslagen met een honkbalknuppel van hout.
2. Een proces-verbaal aangifte met fotobijlagen met nummer PL1300-2017060728-1 van 23 maart 2017 in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 26 tot en met 34].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 maart 2017 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde]:
Op woensdag 22 maart 2017 bevond ik mij in mijn woning gelegen aan de [a-straat 1] te Amsterdam. Mijn vrouw is [verdachte]. Wij hebben samen twee kinderen. Sinds 27 december 2016 woont [verdachte] niet meer samen met mij. Gisteren, woensdag 22 maart 2017, had ik met [verdachte] afgesproken dat ze onze kinderen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] van school zou halen. Uiteindelijk kwam ze ergens rond 14.00 uur bij mij aan. Ik rook op dat moment dat zij alcohol genuttigd had. Dat was tegen de afspraak in en ik was daar ook totaal niet blij mee, Omstreeks 16.15 uur had ik [verdachte] gevraagd weg te gaan. Uiteindelijk, nadat ik haar viermaal had verzocht weg te gaan, gaf ik [verdachte] aan dat ik de politie zou gaan bellen.
Ik zag dat [verdachte] uit haar bruine tas een massieve houten knuppel pakte. Ik zag dat ze krachtig en opzettelijk een slaande beweging maakte met de knuppel in haar hand richting mijn hoofd. Hierop werd ik even heel duizelig. Ik schrok even want ik zag niets meer. Kennelijk omdat er bloed uit een pijnlijke wond op mijn hoofd in mijn ogen stroomde. Ik voelde veel pijn rechts boven op mijn hoofd.
Vervolgens zag ik dat [verdachte] met de knuppel weer voor mij stond. Ik zag dat ze de knuppel in haar linker hand hield en mij nu weer krachtig en opzettelijk sloeg op de linker zijde boven op mijn hoofd terwijl ik aan de politie probeerde door te geven wat er gebeurde en waar ik mij bevond.
Ik ben per ambulance naar het Boven IJ ziekenhuis vervoerd om daar gecontroleerd te worden. Ik heb daar een CT-scan gekregen vanwege de grote bulten die ik op mijn hoofd had. Ik voel op dit moment nog veel pijn op mijn hoofd.
(…)
4. Een proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen met nummer PL1300-2017060728-4 van 22 maart 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 4 tot en met 22].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):
Op woensdag 22 maart 2017 kregen wij de melding om te gaan naar [a-straat 1] te Amsterdam, alwaar huiselijk geweld zou plaatsvinden.
Ter plaatse zagen wij dat de deur geopend werd door een man die later op gaf te zijn genaamd:
[benadeelde], geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats].
Hij verklaarde ons het volgende:
“Ik ben geslagen met een honkbalknuppel op mijn hoofd. Hier is de knuppel. Diegene is boven”.
Wij zagen dat [benadeelde] een knuppel in zijn handen had en deze op de grond neerlegde. Wij zagen dat [benadeelde] een grote bult op zijn hoofd had en dat zijn hoofd en shirt onder het bloed zat.
Hierop ben ik, verbalisant [verbalisant 1], direct naar boven gerend. Ik sprak een vrouw die later opgaf te zijn genaamd:
“[verdachte], geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats]”.
Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat meneer [benadeelde] flinke verwondingen had. Ik zag dat hij een grote bult had op zijn voorhoofd. Ik zag dat hij bloed had op zijn hoofd en een bebloed shirt had. Ik zag dat hij een snee had op zijn hoofd.
Ten aanzien van feit 2:
5. Een proces-verbaal aangifte met fotobijlagen met nummer PL1300-2017060728-1 van 23 maart 2017 in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 26 tot en met 34].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 maart 2017 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde]:
Op woensdag 22 maart 2017 bevond ik mij in mijn woning gelegen aan de [a-straat 1] te Amsterdam. Mijn vrouw is [verdachte]. Wij hebben samen twee kinderen. Sinds 27 december 2016 woont [verdachte] niet meer samen met mij. Gisteren, woensdag 22 maart 2017, had ik met [verdachte] afgesproken dat ze onze kinderen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] van school zou halen. Uiteindelijk kwam ze ergens rond 14.00 uur bij mij aan. Ik rook op dat moment dat zij alcohol genuttigd had. Dat was tegen de afspraak in en ik was daar ook totaal niet blij mee, Omstreeks 16.15 uur had ik [verdachte] gevraagd weg te gaan. Uiteindelijk, nadat ik haar viermaal had verzocht weg te gaan, gaf ik [verdachte] aan dat ik de politie zou gaan bellen.
Ik zag dat [verdachte] op mij afstapte terwijl ik 112 belde. Ik stond met mijn rug naar haar toe. Ik voelde hoe [verdachte] op dat moment krachtig en opzettelijk in mijn linkerschouder beet.
[verdachte] heeft mij proberen te slaan met de houten knuppel. Ik schat ongeveer vijfmaal. Deze klappen heb ik getracht af te weren met mijn handen. Ik heb daar nu nog steeds blauwe plekken van en pijn van aan mijn vingers en beide handen. Ze heeft mij ook geraakt op mijn heupen want daar voelde ik ook pijn die ik nu ook nog steeds voel.
Ik heb vervolgens weer getracht 112 te bellen. [verdachte] sprong daarbij op mijn rug. Ik voelde dat zij mij nu weer beet: Nu krachtens en opzettelijk in mijn rechter schouder. Ik voelde daarbij een hevige pijn in mijn schouder.
Ik zag dat [verdachte] tot driemaal toe in haar handen spuugde. Ik zag dat [verdachte] haar speeksel aan mij afveegde. In mijn bebloede gezicht:
6. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 augustus 2018.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 22 maart 2017 heb ik na mijn werk de kinderen van school gehaald en naar de woning van hun vader, [benadeelde], gebracht. Ik was nog getrouwd met [benadeelde] maar wij woonden niet meer samen. Op een gegeven moment ontstond er ruzie, waarbij hij onder meer tegen mij zei: “ik ben het zat, ga het huis uit”. Wij hebben liggen rollen en vechten. Ik heb een keer gebeten. Het zou kunnen dat ik twee keer heb gebeten. De honkbalknuppel heeft [benadeelde] uiteindelijk van mij afgepakt. Ik heb om mij heen gezwiept.
(…)
8. Een proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen met nummer PL1300-2017060728-4 van 22 maart 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 4 tot en met 22].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):
Op woensdag 22 maart 2017 kregen wij de melding om te gaan naar [a-straat 1] te Amsterdam, alwaar huiselijk geweld zou plaatsvinden.
Ter plaatse zagen wij dat de deur geopend werd door een man die later op gaf te zijn genaamd:
[benadeelde], geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats].
Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat meneer [benadeelde] flinke verwondingen had. Ik zag dat hij meerdere krassen op zijn lichaam had. Ik zag dat hij een afdruk had van, mogelijk tanden, in zijn schouder”