Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
(…) EUR 13.836,37
3.Het geding in cassatie
strevenom slechts één van de regelingen toe te passen, maar van een verbod om (onder omstandigheden) beide bepalingen toe te passen is zeker geen sprake. In dit kader zou aan de zijde van de Ontvanger van een soort inspanningsverplichting kunnen worden gesproken, maar niet van een garantieverplichting om af te zien van het stellen van aansprakelijkheid op de voet van artikel 36 IW Pro.
te voorkomen dat een bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon door zowel de curator als de ontvanger aansprakelijk wordt gesteld." [10]
4.Wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wetgeving
BNB2005/374, is opgemerkt dat niet reeds het feit dat een onjuist bevonden standpunt van het betrokken bestuursorgaan in strijd is met bepalingen van gemeenschapsrecht, met zich brengt dat sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 3, van het Besluit. Hetzelfde heeft te gelden met betrekking tot een onjuist bevonden standpunt van een bestuursorgaan dat in strijd is met een bilateraal belastingverdrag, ook als dat standpunt in strijd is met de goede trouw als bedoeld in artikel 26 of Pro artikel 31 van Pro het Verdrag van Wenen. Voor een toekenning van een proceskostenvergoeding in afwijking van de forfaitaire bedragen van het Besluit is grond indien het bestuursorgaan het verwijt treft dat het een beschikking of uitspraak geeft respectievelijk doet of in rechte handhaaft, terwijl op dat moment duidelijk is dat die beschikking of uitspraak in een (de) daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden.
BNB2004/132 en 133, werd het een uitgemaakte zaak dat het standpunt van de Inspecteur onhoudbaar was. Het middel slaagt derhalve.
Beoordeling van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris en het incidentele beroep in cassatie van belanghebbende.Inleidende opmerkingen