Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat de verdachte ten onrechte niet is ontvangen in zijn hoger beroep, nu het oordeel van het hof dat er geen sprake is van een verontschuldigbare termijnoverschrijding blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of onbegrijpelijk is.
advocaat-generaaldraagt de zaak voor en stelt de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde. De inleidende dagvaarding is op 22 maart 2013 aan verdachte in persoon uitgereikt. De verdachte heeft niet binnen veertien dagen na het op 19 juni 2013 gewezen vonnis van de politierechter hoger beroep ingesteld.
raadsmandeelt het volgende mee:
voorzitteronderbreekt het onderzoek voor het houden van beraad.
voorzitterhervat het onderzoek en deelt als beslissing van het hof het volgende mee:
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
ik begrijp: 21 maart 2013, A-G) op heterdaad aangehouden op verdenking van - kortweg het kraken van een parkeerautomaat. Op dezelfde dag is de verdachte in verzekering gesteld. Het verhoor te dier zake vond plaats met behulp van een tolk in de Roemeense taal. Op 22 juni 2013 (
ik begrijp: 22 maart 2013, A-G) is de verdachte door de politie terzake de verdenking nader verhoord. Ook dit verhoor vond plaats met behulp van een tolk in de Roemeense taal. Voorafgaand aan het verhoor heeft de verdachte overleg gevoerd met een advocaat. In het verhoor bekende de verdachte geld te hebben opgeraapt bij de automaat en met behulp van een draad twee muntjes uit de automaat te hebben gehaald, maar ontkende hij braak- dan wel verbrekingshandelingen te hebben verricht. Enkele uren na de beëindiging van het verhoor is de verdachte in vrijheid gesteld en is hem door één van de verhorende verbalisanten in persoon een in het Nederlands gestelde dagvaarding uitgereikt, voor de ontvangst waarvan hij ook heeft getekend. Ofschoon het dossier daartoe geen concreet aanknopingspunt biedt, ligt het alleszins in de rede om te veronderstellen dat de verdachte bij de uitreiking c.q. betekening de nodige uitleg zal zijn gegeven over de status en betekenis van de dagvaarding, dan wel dat hij de gelegenheid had om daarnaar navraag te doen. Ook nadien had de verdachte de mogelijkheid om zich van de inhoud van dat stuk op de hoogte te stellen of nadere informatie in te winnen. Dit klemt temeer nu de verdachte immers, in het onmiskenbare besef dat hij verdacht werd van een concreet, in tijd en plaats eenvoudig af te bakenen misdrijf, bij zijn invrijheidstelling officiële papieren meekrijgt waarvan het alleszins in de rede ligt te veronderstellen dat deze het vervolg van de justitiële interventie zullen betreffen c.q. duiden. Daar komt bij dat het voorblad van de dagvaarding onder meer behelst de (door de ruimtelijke indeling in het oog springende) tekst: Datum 19 juni 2013, Tijd 10:35 uur, Politierechter. Google Translate leert dat ‘juni’ in het Roemeens ‘iunie’ is’ en ‘politie’ is ‘politie’. Het zal de verdachte, indien hij de moeite had genomen het stuk te bekijken, dan ook zonder meer duidelijk moeten zijn geweest dat zijn arrestatie op enigerlei wijze op 19 juni 2013 een strafprocessueel vervolg zou krijgen, zodat (ook) bij hem de verantwoordelijkheid lag om zich daarvan rekenschap te geven.