Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en achtergronden
MSR) aan patiënten met chronische pijn aanbiedt. Deze zorg wordt verleend onder leiding van een revalidatiearts en omvat meerdere specialismen die geïntegreerd worden aangeboden, zoals fysiotherapie, ergotherapie en psychotherapie.
,welke term het hof heeft overgenomen. Een machtiging wordt verleend als, samengevat, aan de volgende drie criteria is voldaan:
hetstepped care-beginsel;
het decemberarrest [4] ). Het hof Arnhem-Leeuwarden overweegt, voor zover hier van belang (mijn onderstrepingen):
het primaat bij de beoordeling van de vraag of een patiënt is aangewezen op een bepaalde behandeling (de ‘indicatiestelling’, in dit geval MSR) bij de revalidatiearts ligt. Voor dit oordeel weegt voor het hof in dit geval zwaar dat de revalidatiearts de behandeling MSR pas voorstelt, nadat hij (tezamen met een psycholoog en een fysiotherapeut) de desbetreffende patiënt al een week heeft gezien en onderzocht en nadat in een multidisciplinair teamoverleg tot het inzetten van MSR is besloten waarbij in feite, zo is uit de toelichting aan de zijde van OCA ter zitting duidelijk geworden, de drie hiervoor onder ii) genoemde aspecten worden gewogen.
De indicatiestelling dient dan ook als uitgangspunt te worden genomen door Zilveren Kruis en Zilveren Kruis mag bij de beoordeling van de machtigingsaanvraag niet op de stoel van de arts gaan zitten. Dat alles betekent echter niet dat Zilveren Kruis de machtigingsaanvraag alleen dan mag afwijzen als de revalidatiearts evident in strijd met de beroepsnormen heeft gehandeld, zoals OCA voorstaat.
Zilveren Kruis mag een machtigingsaanvraag afwijzen, wanneer voor haar niet navolgbaar is dat MSR aangewezen is.
Wanneer zij de machtigingsaanvraag in eerste instantie onvoldoende navolgbaar vindt, dient zij OCA/de revalidatiearts uit te nodigen om mondeling (telefonisch of fysiek) een toelichting te geven op de volgens Zilveren Kruis ontoereikende machtigingsaanvraag en haar/hem in staat stellen de ontbrekende informatie te geven, waarbij zij duidelijk dient te motiveren waarom de eerder verstrekte informatie niet voldeed.
Als de machtigingsaanvraag dan nog steeds (in de woorden van Zilveren Kruis:) onnavolgbaar is, mag Zilveren Kruis de aanvraag, mits goed gemotiveerd, afwijzen. Het hof acht deze ‘route’ (werkwijze) temeer gerechtvaardigd omdat de door Zilveren Kruis (...) gehanteerde criteria ter bepaling of aanspraak bestaat op (vergoeding van) MSR als zodanig niet zonder nadere concretisering als weigeringsgronden kunnen worden gehanteerd. Anders gezegd:
Zilveren Kruis kan niet volstaan met zich te beroepen op een van die criteria zonder verdere onderbouwing en dient duidelijk te maken waaraan de machtigingsaanvraag in een individueel geval moet voldoen.
constateert het hof dat Zilveren Kruis de hierboven genoemde werkwijze niet dan wel niet voldoende consequent heeft toegepast (waarbij het hof ook de herbeoordelingen in ogenschouw heeft genomen). Het beeld dat ter zitting en uit de stukken naar voren is gekomen, is dat Zilveren Kruis tot afwijzing van de door OCA ingediende machtigingsaanvragen is gekomen vanwege de onvoldoende onderbouwing waarom MSR voor een bepaalde patiënt geïndiceerd zou zijn.
OCA zou met name onvoldoende hebben toegelicht waarom een behandeling in de eerste lijn niet meer nuttig is (het ‘stepped care’ beginsel). [betrokkene 1], één van de medisch adviseurs van Zilveren Kruis die de machtigingsaanvragen beoordeelt, heeft ter zitting naar voren gebracht dat OCA bij haar aanvragen standaardverhalen bezigt en dat de onderbouwing waarom MSR noodzakelijk zou zijn steeds met dezelfde argumenten wordt toegelicht. OCA heeft daartegen, bij monde van revalidatiearts [betrokkene 2], ingebracht dat voor haar niet helder is wat zij meer of anders had moeten opnemen in haar aanvraag om die ‘navolgbaar’ te maken.
In de meeste gevallen wordt het niet overgaan tot vergoeding immers onderbouwd met het argument dat niet alle behandelingen in de eerste lijn zijn uitgeprobeerd, terwijl duidelijk is dat die behandelingen voor de desbetreffende patiënt geen soelaas meer bieden. Verder is het hof gebleken dat de afwijzingen schriftelijk worden afgedaan.
Er heeft één keer telefonisch contact over een afwijzing plaatsgevonden, waarbij het voor OCA toen pas duidelijk werd wat zij nog meer moest aanleveren/onderbouwen teneinde de aanvraag gehonoreerd te zien. Uit dit alles blijkt dat het voor OCA geenszins duidelijk is (geweest) waaraan haar machtigingsaanvragen moeten voldoen. Het hof begrijpt dat Zilveren Kruis niet een ‘mal’ kan geven waaraan de machtigingsaanvragen moeten voldoen, maar Zilveren Kruis kan niet volstaan met een afwijzing gebaseerd op de door haar gehanteerde criteria die zich (zoals het hof hiervoor heeft overwogen) als zodanig niet zonder nadere concretisering als weigeringsgronden kunnen worden gehanteerd.
Door na te laten de in 5.5 uiteengezette ‘route’ (werkwijze) bij het beoordelen van de machtigingsaanvragen te volgen, heeft de communicatie rondom en de motivering van de afwijzing niet op voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden, zodat Zilveren Kruis onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig jegens OCA heeft gehandeld.
6De beslissing
gebiedt Zilveren Kruis om een machtigingsaanvraag van OCA in het vervolg niet af te wijzen, dan nadat zij OCA in een mondeling (telefonisch of fysiek) gesprek heeft uitgenodigd een toelichting te geven op de volgens Zilveren Kruis ontoereikende machtigingsaanvraag en OCA in staat heeft gesteld de ontbrekende informatie te geven, waarbij zij duidelijk motiveert waarom de eerder verstrekte informatie niet voldoet, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere keer dat Zilveren Kruis in gebreke blijft met het nakomen van dit gebod met een maximum van € 250.000,-;
gebiedt Zilveren Kruis om de door OCA vanaf 1 januari 2019 ingediende maar afgewezen machtigingsaanvragen binnen drie maanden nadat OCA kenbaar heeft gemaakt welke afwijzingen herbeoordeeld moeten worden opnieuw te beoordelen op de wijze als hiervoor omschreven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per iedere afwijzing die herbeoordeeld moet worden met een maximum van € 250.000,-;”
stepped care-beginsel niet (voldoende) in acht was genomen.
het juniarrest). Het hof Amsterdam heeft in de onderhavige executieprocedure mede acht geslagen op het juniarrest, zij het uitsluitend voor zover daarin overwegingen uit het decemberarrest worden verduidelijkt of nader zijn toegelicht, en de voor deze zaak relevante delen daarvan geciteerd. [8]
3.Procesverloop
het hof).
het bestreden arrest) heeft het hof het bestreden vonnis vernietigd en de door Zilveren Kruis gevraagde voorzieningen alsnog afgewezen, met veroordeling van Zilveren Kruis in de kosten in beide instanties. [10] Daartoe heeft het hof, voor zover in cassatie nog van belang, het volgende overwogen.
stepped care-beginsel. Voorts volgt uit de stellingen van Zilveren Kruis, zoals uitgelegd door het hof Arnhem-Leeuwarden, dat het
stepped care-beginsel op iedere trede van de zorgregulatoire drietrapsraket een belangrijke rol speelt en dus ook bij de derde trede: of de patiënt redelijkerwijs aangewezen is op MSR. Het hof legt het decemberarrest zo uit dat het primaat van de revalidatiearts zich tevens uitstrekt tot voorwaarde (ii) van het verzekeringsrechtelijke indicatievereiste – namelijk of de zorg niet meer omvat (en dus niet duurder is) dan nodig is (rov. 5.7). Deze uitleg vindt bevestiging in het juniarrest (rov. 5.8).
telkenswanneer een machtigingsaanvraag niet aanstonds wordt goedgekeurd. Na overleg kan Zilveren Kruis de machtigingsaanvraag alsnog afwijzen indien zij van oordeel is dat die niet kan worden gehonoreerd, mits zij dit motiveert en die motivering toespitst op het individuele geval (rov. 5.10).
Bühne”. Het hof somt een aantal voordelen op die dat overleg volgens hem kunnen hebben (rov. 5.11-5.12).
4.Beoordeling van het cassatiemiddel
Onderdeel 1houdt in dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het primaat van de revalidatiearts zich mede uitstrekt tot toepassing van het
stepped care-beginsel, en tot wat Zilveren Kruis noemt het ‘verzekeringsrechtelijke indicatievereiste’.
Onderdeel 2bestrijdt het oordeel dat de dwangsommen zijn verbeurd omdat Zilveren Kruis geen enkele machtigingsaanvraag zonder nader overleg mocht afwijzen en zij dit wel heeft gedaan.
heeftgehouden.
uitlegmoet worden vastgesteld, een en ander in het licht van redelijkheid en billijkheid. [11] Deze uitleg is feitelijk van aard en kan in cassatie daarom niet op juistheid maar alleen op begrijpelijkheid worden getoetst. [12]
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vooropgesteld dat het primaat bij de beoordeling van de vraag of een patiënt is aangewezen op een bepaalde behandeling ligt bij de revalidatiearts (rov. 5.5).Die overweging had betrekking op de vraag of een aanspraak op vergoeding bestaat. In het decemberarrest stond immers niet de medisch-inhoudelijke indicatie centraal, maar de beoordeling van een machtigingsaanvraag.
Blijkens de gekozen bewoordingen (de vraag of een patiënt is aangewezen op een bepaalde behandeling) verwijst het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden naar de derde trede van de in rov. 5.4 omschreven zorgregulatoire drietrapsraket.
Daarbij gaat het om zorg ‘waarop de verzekerde redelijkerwijs is aangewezen’. Ook uit het vervolg blijkt dat het door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aangenomen primaat betrekking heeft op de machtigingsaanvraag. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overweegt immers in de derde volzin van rov. 5.5 dat de indicatie als uitgangspunt moet worden genomen door Zilveren Kruis en dat Zilveren Kruis bij de beoordeling van de machtigingsaanvraag niet op de stoel van de (revalidatie)arts mag gaan zitten.
Het primaat van de revalidatiearts heeft mede betrekking op de toepassing van hetstepped care-beginsel. Dit volgt reeds uit de tweede volzin van rov. 5.5 van het decemberarrest, gelezen in samenhang met de eerste en de derde volzin. In de eerste volzin stelt het Gerechtshof Amhem-Leeuwarden voorop dat het primaat bij de beoordeling van de vraag of een patiënt is aangewezen op een bepaalde behandeling (de ‘indicatiestelling’, in dit geval MSR) bij de revalidatiearts ligt. Dat oordeel wordt gemotiveerd in de tweede volzin: de revalidatiearts stelt MSR pas voor, nadat deze de patiënt uitvoerig heeft onderzocht en daarbij heeft betrokken de (hierboven onder 2.5 weergegeven [18] ) aspecten die Zilveren Kruis toetst in het kader van de tweede trede. Tot die aspecten behoort de vraag of het
stepped care-beginsel in acht is genomen. In de derde volzin staat vervolgens vermeld dat de indicatiestelling tot uitgangspunt moet worden genomen door Zilveren Kruis.
In de eerste drie volzinnen van rov. 5.5 van het decemberarrest ligt aldus besloten dat het primaat van de revalidatiearts zich mede uitstrekt tot de onder 2.5 bedoelde aspecten die Zilveren Kruis beoordeelt in het kader van de tweede trede van de zorgregulatoire drietrapsraket. Bovendien heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de stellingen van Zilveren Kruis zo uitgelegd dat hetstepped care-beginsel op iedere trede van de reguliere drietrapsraket een belangrijke rol speelt (zie rov. 5.4, slot), dus ook op de derde. Het decemberarrest moet dan ook zo worden uitgelegd, dat het primaat van de revalidatiearts zich tevens uitstrekt tot het onder 5.2.1 sub (ii) vermelde tweede aspect van wat Zilveren Kruis het (verzekeringsrechtelijke) indicatievereiste noemt, te weten of MSR voor de desbetreffende patiënt niet meer omvat (en dus niet duurder is) dan nodig is.
wanneer de revalidatiearts in de aanvraag met een klinische redenering inzichtelijk en dus navolgbaar maakt welke overwegingen ten grondslag liggen aan de door hem gestelde indicatie MSR, waarbij hij de relevante aspecten zoals complexiteit enstepped carebetrekt, dan heeft de zorgverzekeraar van de juistheid van die indicatie uit te gaan. De zorgverzekeraar dient bij de beoordeling van de machtigingsaanvraag de visie van zijn medisch adviseur niet gelijk te stellen aan of boven die van de revalidatiearts, zo heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verduidelijkt wat in het decemberarrest al besloten ligt.”
stepped care-beginsel en zich óók uitstrekt tot het ‘verzekeringsrechtelijke indicatievereiste’, rechtens onjuist is. In
onderdeel 1.2richt Zilveren Kruis tegen ditzelfde oordeel een motiveringsklacht.
diebeoordeling rust bij Zilveren Kruis. In onderdeel 1.2 klaagt het middel dat de aangevallen rechtsoverwegingen in ieder geval onbegrijpelijk zijn, nu rov. 5.5 van het decemberarrest geen andere uitleg toelaat dan dat het primaat van de revalidatiearts zich niet uitstrekt tot de vraag of het
stepped care-beginsel in acht is genomen, en evenmin tot de vraag of de verzekerde op grond van de Zvw aanspraak heeft op (vergoeding van) MSR.
onderdeel 1.2faalt. Met het verzekeringsrechtelijke indicatievereiste bedoelt Zilveren Kruis dat de geïndiceerde vorm van zorg niet alleen voor de desbetreffende patiënt redelijkerwijs aangewezen moet zijn, maar ook dat de voorgestelde behandeling niet meer mag omvatten (en dus niet duurder mag zijn) dan voor die patiënt nodig is (zie hiervoor, 3.7). [19] Ik stel vast dat het verzekeringsrechtelijke indicatievereiste, zoals in dit executiegeschil door Zilveren Kruis geformuleerd, in het decemberarrest niet voorkomt. In rov. 5.5 spreekt het hof Arnhem-Leeuwarden enkel van de
indicatiestellingen begrijpt deze term als te omvatten de vraag of een patiënt redelijkerwijs is aangewezen op MSR, waarvoor het primaat bij de revalidatiearts ligt. Bij de uitleg van het decemberarrest kan daarom aan het verzekeringsrechtelijke indicatievereiste geen betekenis toekomen.
niettot het primaat van de revalidatiearts behoort (en daarmee kennelijk
weltot het primaat van de zorgverzekeraar). Wel beschouwd berust dit standpunt op een
a contrario-lezing van het genoemde arrest. Nu daarin (enkel) ten aanzien van de medisch-inhoudelijke indicatie wordt geoordeeld dat het primaat bij de revalidatiearts ligt, zou voor het verzekeringsrechtelijke indicatievereiste het primaat bij haar liggen, aldus Zilveren Kruis. Deze lezing van het decemberarrest acht ik niet aannemelijk, omdat hier de beoordeling van een vereiste wordt verondersteld dat als gezegd door het hof Arnhem-Leeuwarden niet wordt genoemd.
aangewezen, ligt daarin evenmin een aanwijzing besloten dat het Arnhemse hof voor ogen stond dat er ook nog zo iets is als het verzekeringsrechtelijke indicatievereiste waarop Zilveren Kruis, als onderdeel van de derde trede van de zorgregulatoire drietrapsraket, een beroep zou kunnen doen om ondanks de medisch-inhoudelijke indicatie van de revalidatiearts toch goedkeuring aan vergoeding van de door deze voorgestelde behandeling te kunnen onthouden.
Voor dit geding is van belang dat Zilveren Kruis een machtigingsaanvraag ingevolge het decemberarrest mag afwijzen wanneer voor haar niet navolgbaar is dat MSR aangewezen is. In dat geval dient Zilveren Kruis OCA (de revalidatiearts) eerst nog in staat te stellen (i) (telefonisch of fysiek)
een mondelinge toelichting te geven én (ii) om eventueel ontbrekende informatie te verstrekken(dictum onder 6.2, in samenhang met rov. 5.5 en 5.7).
Ingevolge het decemberarrest dient dus nader overleg plaats te vinden telkens wanneer een machtigingsaanvraag niet aanstonds wordt goedgekeurd. Deze uitleg strookt met het door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vooropgestelde primaat van de revalidatiearts. Dat uitgangspunt - dat tevens ten grondslag ligt aan de gegeven geboden - zou worden ondergraven indien Zilveren Kruis machtigingsaanvragen zónder nader overleg zou mogen afwijzen. Als Zilveren Kruis, nadat de revalidatiearts in de gelegenheid is gesteld tot een mondelinge toelichting en het verstrekken van nadere informatie, nog steeds van oordeel is dat de aanvraag niet kan worden gehonoreerd, mag zij de aanvraag afwijzen. Zilveren Kruis dient die afwijzing dan te motiveren en deze toe te spitsen op het individuele geval (vgl. rov. 5.5, slot).
Het dictum van het decemberarrest is duidelijk: Zilveren Kruis wordt geboden een machtigingsaanvraag niet af te wijzen, dan nadat zij OCA in de gelegenheid heeft gesteld een toelichting te geven op de volgens Zilveren Kruis ontoereikende machtigingsaanvraag. Het woord ‘ontoereikend’ moet onmiskenbaar worden begrepen als ‘vooralsnog niet toewijsbaar’. In de arresten ligt niet besloten dat Zilveren Kruis aanvragen (evidente schending van beroepsnormen daargelaten) zonder nader overleg kan afwijzen. In beide arresten benadrukt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden herhaaldelijk het primaat van de revalidatiearts en, in het verlengde daarvan, het belang dat de revalidatiearts in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag mondeling toe te lichten, al dan niet aan de hand van aanvullende informatie. Die strekking zou - als gezegd - worden ondergraven wanneer Zilveren Kruis aanvragen zonder overleg kan afwijzen.
Ook indien in aanmerking wordt genomen dat de onder 5.4 bedoelde uitgangspunten nopen tot een restrictieve uitleg, kan in het licht van het doel en de strekking van het decemberarrest niet worden aangenomen dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ruimte heeft gelaten voor een afwijzing van complete en inzichtelijke aanvragen zonder overleg met de revalidatiearts. Reeds op deze grond strandt de stelling van Zilveren Kruis.
Bühne’. Althans, daar zou wederhoor bij de revalidatiearts niet op moeten neerkomen. In een nader overleg kan Zilveren Kruis haar voornemen tot afwijzing toetsen aan de hand van een toelichting door de revalidatiearts. Eventuele verborgen misverstanden kunnen in een gesprek worden opgehelderd. In een gesprek kan blijken dat een aanvraag die op het eerste gezicht compleet leek op grond van nadere (tijdens of naar aanleiding van het gesprek te verschaffen) informatie toch in een ander licht komt te staan. Pas in een gesprek kan dan ook blijken of daadwerkelijk alle informatie is verschaft en of de aanvraag ‘compleet’ is. Een overleg stelt Zilveren Kruis bovendien in staat een eventuele uiteindelijke afwijzing goed te motiveren. Gelet op het verschil van inzicht in het veld over de vraag wanneer MSR is geïndiceerd, kunnen voorts ook toekomstige machtigingsaanvragen zijn gediend met overleg over voorgenomen afwijzingen van (op het eerste gezicht) complete en inzichtelijke aanvragen.”
indien in redelijkheid niet kan worden betwijfelddat van het niet naleven van de gegeven veroordeling sprake is, zo stelt het middel.
restrictieve uitleg, (…) in het licht van het doel en de strekking van het decemberarrest niet [kan] worden aangenomen dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ruimte heeft gelaten voor een afwijzing van complete en inzichtelijke aanvragen zonder overleg met de revalidatiearts.” In dat oordeel, dat er op neer komt dat er
geenruimte in het decemberarrest is voor de lezing zoals voorgestaan door Zilveren Kruis, ligt besloten dat in redelijkheid niet kan worden betwijfeld dat Zilveren Kruis het dictum niet heeft nageleefd.
herbeoordeelde machtigingsaanvragen zonder nader overleg heeft afgewezen. Het was de handelswijze van Zilveren Kruis bij de
aanvankelijkebeoordeling van deze machtigingsaanvragen (namelijk afwijzen zonder nader overleg) die het hof Arnhem-Leeuwarden als onzorgvuldig en onrechtmatig jegens OCA heeft aangemerkt (zie rov. 5.6 van het decemberarrest). Om deze reden werd in het decemberarrest een werkinstructie voorgeschreven, die tevens in acht moest worden genomen bij de herbeoordeling van de machtigingsaanvragen. Daargelaten of het hof dan wel Zilveren Kruis het bij het juiste eind heeft wat betreft de betekenis van de term ‘ontoereikend’, het decemberarrest laat mijns inziens geen andere uitleg toe dan dat in ieder geval de te herbeoordelen machtigingsaanvragen
ontoereikendwaren en dat zij bij de herbeoordeling dus niet opnieuw zonder het volgen van die werkinstructie (lees: zonder voorafgaand overleg) konden worden afgewezen. Als zij wel opnieuw zonder voorafgaand overleg konden worden afgewezen, dan valt moeilijk in te zien waarom de werkinstructie überhaupt is gegeven met betrekking tot de herbeoordelingen. De werkinstructie is in 88 gevallen kennelijk niet gevolgd. Daarmee is de gehele dwangsom (ruimschoots) verbeurd.
vooralsnog niet toewijsbaar” (rov. 5.12, 1ste alinea). Dragend voor dit oordeel is het feit dat in het decemberarrest veel belang wordt gehecht aan het primaat van de revalidatiearts en de reikwijdte van dat primaat. Gegeven dit primaat van de revalidatiearts is het doel en de strekking van de werkinstructie om afwijzingen van machtigingsaanvragen te voorkomen zonder dat de revalidatiearts de gelegenheid heeft gehad de machtigingsaanvraag mondeling toe te lichten,
al dan nietaan de hand van aanvullende informatie. Volgens het hof wordt dat ondergraven als Zilveren Kruis machtigingsaanvragen zonder overleg mag afwijzen.
Bühne’.