Uitspraak
allen wonende te [woonplaats],
beide gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
21 april 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond een executiegeschil centraal waarbij het ging om de uitleg van een gebod tot het verschaffen van toegang aan de eigenaar van een perceel, het ADM-terrein, door de gebruikers daarvan. De zaak betrof een geschil tussen een groep eisers en de verweerders Chidda Vastgoed B.V. en Amstelimmo B.V.
De procedure begon bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam een arrest uitbracht dat aan het arrest van de Hoge Raad was gehecht. Tegen dit arrest stelde de groep eisers beroep in cassatie in, terwijl tegen de verweerders verstek werd verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het geding in cassatie, met een nihil aan de zijde van de verweerders. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef het gebod tot toegang tot het ADM-terrein in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam is bekrachtigd.