Conclusie
bemiddeltbij het tot stand komen van, kort gezegd, reisovereenkomsten. Zowel rechtbank als hof hebben geoordeeld dat Booking.com niet bemiddelt. Volgens het principaal cassatieberoep is daarmee geen juiste uitleg gegeven aan het begrip ‘bemiddelen’ in het verplichtstellingsbesluit.
1.Feiten
Stcrt.1996, nr. 250, hierna: het verplichtstellingsbesluit) is deelneming in Bpf Reisbranche verplicht gesteld voor de werknemers van 25 tot en met 64 jaar, [2] die werkzaam zijn in de bedrijfstak van de reisbranche. Het verplichtstellingsbesluit is bij besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 januari 2008 (
Stcrt.2008, nr. 24) gewijzigd (hierna: het wijzigingsbesluit 2008). In het wijzigingsbesluit 2008 staan de volgende begripsomschrijvingen, die bijna gelijkluidend zijn aan die in het verplichtstellingsbesluit:
De onder de verplichtstelling vallende ondernemingen zijn de ondernemingen die zich uitsluitend of in hoofdzaak bewegen op het gebied van de reisbranche. Dit wordt geacht het geval te zijn indien alle of het merendeel van de werknemers van de onderneming op het voornoemde gebied werkzaam is. Een onderneming of een deel van de onderneming wordt geacht in hoofdzaak het bedrijf van reisorganisator en/of reisagent uit te oefenen, indien meer dan 50% van de loonsom van de desbetreffende onderneming (of een onderdeel daarvan) daaraan moet worden toegeschreven.”
Online diensten
Stcrt.2015, nr. 15992) van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: het wijzigingsbesluit 2015) aan de begrippen reisorganisator en reisagent ‘(online)’ toegevoegd. De omschrijving van beide begrippen is inhoudelijk niet gewijzigd. In het wijzigingsbesluit 2015 staat (de wijzigingen zijn door mij, A-G, onderstreept):
(online) reisorganisator:
Onze Missie
1. Reikwijdte van onze service
Zo werkt onze online reserveringsdienst
2.Procesverloop
bemiddelt bij het tot stand komen van overeenkomsten op het gebied van reizen in de ruimste zin des woords, waaronder worden begrepen overeenkomsten inzake vervoer, verblijf en pakketreizen’. Het debat van partijen spitst zich toe op de vraag of Booking.com bemiddelt (rov 3.9).
3.Inleiding
degene die in de uitoefening van zijn bedrijf bemiddelt bij het tot stand komen van overeenkomsten op het gebied van reizen in de ruimste zin des woords, waaronder worden begrepen overeenkomsten inzake vervoer, verblijf en pakketreizen”.
bedrijfsactiviteitvan Booking.com valt onder de beschrijving van (online) reisagent. Dit oordeel is niet bestreden en dient ook in cassatie tot uitgangspunt. Evenmin is aan de orde wat moet worden verstaan onder ‘overeenkomsten op het gebied van reizen in de ruimste zin des woords, waaronder worden begrepen overeenkomsten inzake vervoer, verblijf en pakketreizen’. Partijen hebben in feitelijke instanties gediscussieerd over de vraag of het zinsdeel ‘in de ruimste zin des woords’ ziet op ‘overeenkomsten op het gebied van reizen’ of op ‘bemiddelt bij het tot stand komen van overeenkomsten’. [50] Het hof heeft de uitleg van dit zinsdeel in het midden gelaten en in rov. 3.13 overwogen dat evenmin sprake is van bemiddeling als veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de laatstgenoemde uitleg. In cassatie wordt de uitleg van ‘in de ruimste zin des woords’ niet opnieuw aan de orde gesteld. [51] De meest aannemelijke uitleg lijkt mij te zijn dat het zinsdeel ‘in de ruimste zin des woords’ betrekking heeft op ‘overeenkomsten op het gebied van reizen’, gelet op de daarop gevolgde opsomming van voorbeelden van
overeenkomsten.
Hotel Booker B.V. en
Bungalow Booker B.V. bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten op het gebied van reizen in de zin van de werkingssfeerbepaling. Hotel Booker en Bungalow Booker voerden aan dat hun werkwijze vergelijkbaar is met die van Booking.com en beriepen zich op het in die zaak door de kantonrechter gewezen vonnis. Via de door Hotel Booker en Bungalow Booker geëxploiteerde websites kunnen consumenten hotelkamers en bungalows zoeken en boeken. Hotel Booker en Bungalow Booker ontvangen van de accommodatieverstrekker een vergoeding (‘service fee’) voor iedere boeking van een verblijf via de website. De kantonrechter overwoog dat de door Hotel Booker en Bungalow Booker aan accommodatieaanbieders te stellen voorwaarden en de vergoeding die Hotel Booker en Bungalow Booker ontvangen van de accommodatieaanbieders, samen een zodanig actieve rol impliceren, dat voldaan is aan het begrip bemiddelen (rov. 4.11 van het vonnis).
Basic Travel B.V.onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt. In deze procedure had Basic Travel verzet ingesteld tegen een door Bpf Reisbranche uitgevaardigd dwangbevel ter zake van onbetaalde premies. Basic Travel had onder meer aangevoerd dat zij weinig verschilt van Booking.com. Zij heeft sinds 1996 een website waarmee zij een onlineplatform heeft gecreëerd waarop huiseigenaren hun woningen aan geïnteresseerde consumenten te huur aanbieden. Haar toegevoegde waarde is, zo stelde zij, dat zij de woningen zelf bezoekt, inspecteert en foto’s maakt; dat is een dienst aan de huiseigenaren waarvoor zij een percentage van de huuropbrengst krijgt en behelst geen bemiddeling. De kantonrechter heeft dit verweer niet gehonoreerd. In het vonnis van 3 september 2019 is geoordeeld dat Basic Travel is aan te merken als (online) reisagent zoals omschreven in het verplichtstellingsbesluit. [53] Overwogen is dat het vereiste dat een actieve, adviserende rol noodzakelijk is alvorens er sprake is van ‘bemiddelen’ in de zin van het verplichtstellingsbesluit, in het besluit niet is terug te vinden. Het is dan ook niet van doorslaggevend belang of sprake is van een actieve, adviserende rol (rov. 5.13 van het vonnis). Nu vaststaat dat door tussenkomst van Basic Travel overeenkomsten tot stand komen tussen aanbieders van vakantiehuizen en consumenten die op zoek zijn naar een dergelijk huis, is sprake van bemiddeling op het gebied van reizen. Dit sluit ook aan bij de wijze waarop Basic Travel staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, namelijk als een touroperator (rov. 5.13 van het vonnis).
tussenkomstvan het onlineplatform.
een activiteit waarbij de bemiddelaar tussenbeide komt om een overeenkomst tot stand te brengen’ (rov. 7) en daarbij tevens belang gehecht aan de vraag of Booking.com de reiziger
adviseert(rov. 12). Het hof heeft in het hier voorliggende arrest doorslaggevend geacht of sprake is van ‘
betrokkenheid bij het daadwerkelijk tot stand komen van de overeenkomst tussen de klant en de accommodatieverstrekker’ (zie nader 4.3 e.v.).
functieomschrijvingenniets worden afgeleid over de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit. Booking.com heeft zich erop beroepen [59] dat de functieomschrijvingen die in de periode 1994-2015 in de algemeen verbindend verklaarde cao’s in ruime meerderheid betrekking hebben op functies die vakinhoudelijke kennis over de reisbranche vereisen en zien op ‘echte reismedewerkers’ (zoals reisverkopers, medewerkers reisbescheiden, airport hostesses, verkopers zakenreizen, IATA specialisten, medewerkers ticketing, verkopers groepsreizen etc.). Voor het overgrote deel van de genoemde functies geldt volgens Booking.com dat deze inhoudelijke reiskennis vergen.
werkgevergekoppelde werkingssfeerbepaling (zie onder 3.14). De verplichtstelling geldt voor werknemers (zoals omschreven in het verplichtstellingsbesluit) die werkzaam zijn in de reisbranche:
de bedrijfstak waarin ondernemingen of onderdelen van ondernemingen werkzaam zijn die uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf uitoefent van (online) reisagent of (online) reisorganisator. Daarmee is irrelevant of de werknemers van de onderneming (in meerderheid) ‘echte reismedewerkers’ zijn dan wel IT-specialisten. Ook in annotaties bij het vonnis van de kantonrechter is op dit punt gewezen. [60]
een overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden.”
De opdrachtnemer moet als tussenpersoon transacties voorbereiden en eventueel afsluiten. (…) De opdrachtnemer behoeft niet zelf, als gevolmachtigde van de opdrachtgever, de overeenkomst tot stand te brengen.”
Duinzigt(zie hierna onder 3.54) schrijft Tjong Tjin Tai dat een bemiddelaar in de economie en organisatiewetenschap wordt gezien als
brengt contacten tot stand. [69] ‘Bemiddeling’ is dus een (zeer) ruim begrip.
offlinete verrichten dienst leidend geacht bij de kwalificatievraag. Zo beschouwde het HvJ EU Uber als een vervoersdienst en niet een dienst van de informatiemaatschappij. [83] De reden hiervoor is, kort gezegd, de bemoeienis van Uber met de totstandkoming, inhoud en uitvoering van de vervoersovereenkomsten die via het platform worden gesloten. Airbnb werd door het HvJ wél aangemerkt als een dienst van de informatiemaatschappij. [84]
Duinzigt-zaak. [88] In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat (‘in een context als de onderhavige’) in beginsel reeds sprake is van bemiddeling in de zin van art. 7:425 BW Pro, indien iemand in opdracht of met goedvinden van een verhuurder een door hem te verhuren woning op zijn website plaatst. Daarin ligt immers in beginsel een opdracht besloten om een huurovereenkomst tot stand te brengen tussen de verhuurder en een derde (rov. 4.4.2 en de beantwoording van vraag a).
de beheerder daarvan niet de aspirant-verhuurder en -huurder van elkaar afschermt en het hun dus niet onmogelijk maakt dat zij rechtstreeks en zonder zijn tussenkomst met elkaar in contact treden om over de totstandkoming van een huurovereenkomst te onderhandelen.”
het voor de beantwoording onder (a) verschil maakt of de huurbemiddelaar in de advertentie van de woonruimte (website) vermeldt dat de potentiele huurder contact dient op te nemen met de verhuurder, mits diens contactgegevens in de advertentie zijn vermeld.”
Duinzigt-arrest is gewezen in de context van online bemiddeling bij woningverhuur door een makelaar. De Hoge Raad beantwoordde in dit arrest prejudiciële vragen van de rechtbank Den Haag over het verbod voor de huurbemiddelaar om dubbele bemiddelingskosten in rekening te brengen bij tweezijdige bemiddeling bij de verhuur van woningen (art. 7:417 lid 4 BW Pro in verbinding met art. 7:427 BW Pro).
Duinzigt-arrest om onderscheid te maken tussen bemiddelen en het (slechts) zijn van een ‘elektronisch prikbord’. Zo is de ‘prikbord-uitzondering’ gehanteerd als maatstaf bij de beoordeling of onlineplatformen op het gebied van verhuur van vakantieaccommodatie bemiddelen. In de al genoemde zaak over Airbnb betrok de rechtbank Amsterdam de omschrijving van het ‘elektronisch prikbord’ uit het
Duinzigt-arrest bij de vraag of Airbnb optreedt als bemiddelaar. [90] In een uitspraak van hof Arnhem-Leeuwarden werd mede aan de hand van het
Duinzigt-arrest geoordeeld dat VVV Texel via haar online reserveringssysteem niet heeft bemiddeld bij de verhuur van een bungalow op een recreatiepark. [91]
Duinzigt-arrest kan echter de suggestie wekken dat reeds geen sprake is van bemiddeling als de
mogelijkheidbestaat van communicatie buiten het onlineplatform om. [92] Dat lijkt mij echter geen juiste benadering. In de meeste gevallen zal een bezoeker van een onlineplatform via zoekmachines op internet vrij eenvoudig de aanbieder van een dienst of product kunnen achterhalen en deze rechtstreeks kunnen benaderen, als eenmaal een naam of adres van bijvoorbeeld een hotel beschikbaar is. In de
Duinzigt-zaak lag dat anders: op de website van Duinzigt was alleen de straat (zonder huisnummer) en de postcode vermeld van de aangeboden huurwoning, zodat het voor de potentiële huurder niet mogelijk, althans erg moeilijk, was om rechtstreeks in contact te treden met de verhuurder. Het ‘niet onmogelijk maken’ voor partijen om rechtstreeks contact met elkaar op te nemen, is dan ook niet het meest geschikte criterium voor andere vormen van bemiddeling (zoals bemiddeling bij de verhuur van kamers in hotels of andere grootschalige vakantieaccommodatie), waarbij afscherming minder gemakkelijk is.
gerichtom een rechtstreeks contact tussen gebruiker en aanbieder tot stand te brengen, om hen in de gelegenheid te stellen om zonder betrokkenheid van de website een overeenkomst te sluiten. Zie in deze zin ook Huppes en Wildenbeest: [93]
De essentie van het elektronisch prikbord is dat het aanbieders en klanten met elkaar in contact brengt, zodat zij onderling tot overeenstemming kunnen komen zonder betrokkenheid van het prikbord.”
Duinzigt-arrest. Indien het onlineplatform partijen niet stimuleert en in staat stelt (faciliteert) om rechtstreeks met elkaar in contact te treden, en in plaats daarvan de klant de mogelijkheid biedt om de overeenkomst via haar website te sluiten, is in beginsel geen sprake van een ‘elektronisch prikbord’, maar van bemiddeling. Het onlineplatform biedt in dat geval immers een faciliteit die is bedoeld om overeenkomsten tot stand te brengen tussen de gebruikers van het platform. [94] Dat het onlineplatform daarnaast ook andere ‘tactieken’ inzet om de bezoeker te verleiden om de website in te schakelen voor het sluiten van een overeenkomst (zoals een ‘laagsteprijsgarantie’, het creëren van een indruk van schaarste (‘nog twee kamers over’) of het sturen van daarop gerichte e-mails aan de bezoekers die staan ingeschreven bij het onlineplatform), vormt een bevestiging dat het platform gericht is op het tot stand brengen van overeenkomsten tussen partijen.
Duinzigt-arrest), terwijl het voor een andere gebruiker optreedt als bemiddelaar. Schaub schrijft hierover in haar monografie over onlineplatformen het volgende (naar aanleiding van het vonnis van de kantonrechter in de onderhavige procedure tussen Bpf Reisbranche en Booking.com): [95]
Mij lijkt dat vanuit een privaatrechtelijk perspectief de twee kwalificaties (prikbord en bemiddelaar) elkaar niet per definitie uitsluiten. Voor zover de afnemers geen gebruikmaken van de boekingsfaciliteit op het platform, is Booking.com voor deze gebruikers een heel groot digitaal prikbord. Afnemers kunnen Booking.com bijvoorbeeld enkel gebruiken om rond te kijken en ze kunnen de aanbieders vervolgens rechtstreeks benaderen om een overeenkomst te sluiten. Maar, op het moment dat van de boekingsfaciliteit van Booking.com gebruik wordt gemaakt, schakelen de afnemers het platform in bij het tot stand brengen
Mij lijkt dat er op het moment dat een afnemer ervoor kiest om via de website van Booking.com te reserveren sprake is van bemoeienis bij het tot stand komen van de overeenkomst en dat Booking.com om die reden als een reisagent kan worden aangemerkt. Dat niet iedereen die de website bezoekt een boeking via de site maakt, doet daar niet aan af.”
Voor het aannemen van deze ‘prikbord’-functie is in ieder geval vereist dat de advertentie de contactgegevens van de verhuurder vermeldt. Stelt de makelaar huurders die geïnteresseerd zijn in de op zijn website gepresenteerde woning actief in staat om direct contact op te nemen met de verhuurder, dan bemiddelt de makelaar niet voor de verhuurder. Neemt de huurder direct contact op met verhuurder om tot overeenstemming te komen, bijvoorbeeld om bemiddelingskosten te vermijden, dan komen partijen weliswaar dankzij de makelaar met elkaar in contact, maar hij staat niet tussen partijen en hij bemiddelt daarom niet (niet voor huurder en niet voor verhuurder). Kiest de huurder ondanks de hem geboden mogelijkheid ervoor gebruik te maken van de diensten van de makelaar, dan bemiddelt de makelaar voor de huurder, maar niet voor de verhuurder. Omdat de makelaar in dat geval enkel voor de huurder bemiddelt, mag hij voor zijn diensten aan de huurder een bemiddelingsvergoeding vragen zonder daarmee in strijd met artikel 7:417 lid 4 BW Pro te handelen.”
Stel dat op de website van de tussenpersoon zowel de contactgegevens van de tussenpersoon als die van de verhuurder worden vermeld. Dan kunnen zich de volgende situaties voordoen:
Duinzigt-arrest schrijft Tjong Tjin Tai in dat verband het volgende:
Art. 7:426 BW Pro geeft als regel dat de bemiddelaar recht heeft op loon zodra door zijn bemiddeling de overeenkomst tot stand is gekomen. Bij toegang tot een prikbord is loon verschuldigd wegens de loutere toegang, ongeacht of er nu wel of niet een overeenkomst tot stand komt. Het lijkt derhalve relevant te zijn dat de vergoeding is verbonden aan de totstandkoming van de overeenkomst. Daarnaast lijkt ook relevant te zijn of de bemiddelaar het mogelijk maakt dat partijen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen komen voordat de overeenkomst is gesloten, aangezien zij dan zelf de uiteindelijke totstandkoming bewerkstelligen.” [99]
totstandkomingvan een overeenkomst, of dat deze gekoppeld is aan de
toegangtot het prikbord. Dat lijkt mij juist. Wanneer een onlineplatform een vergoeding bedingt bij de aanbieder van een product of dienst voor iedere overeenkomst die via het platform wordt gesloten (bijvoorbeeld een bepaald percentage van de transactieprijs), dan ligt het in de rede om aan te nemen dat de activiteiten van het platform zijn gericht op het tot stand brengen van (zo veel mogelijk) overeenkomsten tussen aanbieders en bezoekers van het platform. Daarmee is in beginsel sprake van bemiddeling. Dit ligt anders wanneer het onlineplatform slechts een vergoeding bedingt voor het plaatsen van een advertentie of voor het verkrijgen van toegang tot het digitale prikbord. Dat
kaneen aanwijzing zijn dat de activiteiten van het platform niet zozeer gericht zijn op de totstandkoming van overeenkomsten tussen aanbieders en bezoekers, maar alleen op het voorzien in een digitaal prikbord voor vraag en/of aanbod. Het voorgaande betekent dat bij de kwalificatievraag van belang is om het verdienmodel van het onlineplatform in kaart te brengen.
zelfde overeenkomst sluit. Dat geldt temeer nu vaststaat dat de wettelijke omschrijving van ‘bemiddelen’ niet vereist dat de tussenpersoon de overeenkomst tot stand brengt (zie onder 3.42-3.43).
Duinzigt-arrest volgt dat reeds sprake is van bemiddelen indien een website haar bezoekers advertenties toont van derden van te huur aangeboden vakantieaccommodaties of bepaalde diensten op het gebied van reizen (zie onder 3.54). Het tot stand brengen van een overeenkomst door de bemiddelaar
zelfis dus geen vereiste. In de literatuur wordt eveneens aangenomen dat al snel sprake is van bemiddeling, en dat voor bemiddeling door een onlineplatform volstaat dat sprake is van bemoeienis met de totstandkoming van een overeenkomst (zie onder 3.44). Een ‘actieve of adviserende rol’ is niet vereist.
gerichtom een rechtstreeks contact tussen aanbieder en gebruiker tot stand te brengen. In dat geval faciliteert het onlineplatform dat aanbieder en gebruiker zonder betrokkenheid van het platform een overeenkomst sluiten (zie onder 3.61-3.62). Een ander gezichtspunt voor de duiding van de bedrijfsactiviteiten van de een onlineplatform is het verdienmodel: bedingt het platform een vergoeding voor het plaatsen van advertenties en/of voor de toegang tot het platform, of wordt juist een vergoeding gevraagd voor de totstandkoming van overeenkomsten tussen aanbieders en gebruikers. Dat laatste duidt op bemiddeling (zie onder 3.68).
4.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1.1) houdt in dat het oordeel in rov. 3.12 t/m 3.14 onjuist is, voor zover het hof daarmee heeft bedoeld dat uitsluitend sprake is van ‘bemiddelen’ in de zin van het verplichtstellingsbesluit, indien de tussenpersoon de overeenkomsten tussen klanten en de accommodatieverstrekker zelf sluit, en Booking.com geen ‘(online) reisagent’ is omdat zij dat niet doet. Volgens het onderdeel heeft het hof met dat oordeel miskend dat (a) bij bemiddeling de opdrachtgever de overeenkomst zelf sluit, behoudens volmacht of lastgeving, (b) blijkens (de wetsgeschiedenis van) art. 7:425 BW Pro voldoende is dat de tussenpersoon werkzaam is bij het tot stand brengen van een overeenkomst en dat de handelingen van de tussenpersoon hebben
bijgedragentot het tot stand komen van de overeenkomst en (c) uit de (naar objectieve maatstaven uit te leggen) tekst van het verplichtstellingsbesluit of een toelichting daarop evenmin volgt dat de ‘(online) reisagent’ de reisovereenkomst zelf zou moeten sluiten. Volgens dat besluit is voor het zijn van ‘(online) reisagent’ reeds voldoende dat het bedrijf ‘
bemiddelt bij het tot stand komen van overeenkomsten’.
de wijze waarop de overeenkomsten tussen de klanten en de accommodatieverstrekkers tot stand komen en de rol die Booking.com daarbij speelt’. Het hof heeft niet expliciet overwogen welke rol van Booking.com bij de totstandkoming van de reisovereenkomsten precies vereist is om te kunnen spreken van bemiddeling. In rov. 3.14 overweegt het hof echter meerdere malen dat niet gebleken is van een ‘
betrokkenheid van Booking.com bij het daadwerkelijk tot stand komen van de overeenkomst tussen de klant en de accommodatieverstrekker’ of ‘een daadwerkelijke betrokkenheid van Booking.com bij de totstandkoming van overeenkomsten’. Redengevend voor dat oordeel is kennelijk, zo blijkt uit rov. 3.13, dat de overeenkomst tussen de accommodatieverstrekker en de klant – indien de klant gebruik maakt van het door Booking.com geboden reserveringsplatform – tot stand komt door reservering door de klant en Booking.com ‘
slechts de administratieve verwerking’ verzorgt van de reeds door de reservering van de klant tot stand gebrachte overeenkomst (door geautomatiseerde verzending van de reserveringsgegevens aan de accommodatieverstrekker en de bevestiging van de reservering aan de klant). De overige door Bpf Reisbranche genoemde omstandigheden (onder meer het recht van Booking.com op commissie, de laagsteprijsgarantie, de ranking van het zoekresultaat), doen er volgens het hof niet aan af dat Booking.com niet betrokken is bij de ‘totstandkoming van die reservering’ (rov. 3.14).
zelfde reservering bij de accommodatieverstrekker zou maken. Niet valt in te zien welke andere vormen van betrokkenheid bij de totstandkoming het hof anders voor ogen zou kunnen hebben gehad. [100] Onderdeel 1.1 klaagt terecht dat dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Volgens een objectieve uitleg van het begrip ‘bemiddelen’ in het verplichtstellingsbesluit is voldoende dat de werkzaamheden van de tussenpersoon zijn gericht op, of kunnen bijdragen aan, het tot stand brengen van een overeenkomst. Niet is vereist dat de tussenpersoon zélf de reservering of boeking maakt (zie hiervoor onder 3.42-3.43).
onderdeel 1.2– die berust op de lezing dat het hof heeft bedoeld dat Booking.com niet in voldoende mate actief betrokken is bij het tot stand komen van de reisovereenkomst – geen bespreking meer.
onderdeel 2.1) houdt in dat het hof in rov. 3.13 heeft miskend dat voor bemiddeling reeds voldoende is dat op een website van een commercieel bedrijf de mogelijkheid wordt geboden om een overeenkomst te sluiten. Het onderdeel betoogt dat Booking.com door het bieden van de mogelijkheid om via haar site te contracteren reeds werkzaam is als tussenpersoon bij het tot stand brengen van reisovereenkomsten en meer doet dan het tegen betaling op een ‘elektronisch prikbord’ plaatsen van advertenties en deze doorzoekbaar maken voor de klant, waarna de klant de aanbieder rechtstreeks moet benaderen om zonder verdere betrokkenheid van de website met hem een overeenkomst aan te gaan. Subsidiair betoogt
onderdeel 2.2dat het hof heeft miskend dat Booking.com als tussenpersoon werkzaam is bij het tot stand brengen van reisovereenkomsten, omdat tevens vaststaat dat zij klanten en aanbieders ook de administratieve verwerking uit handen neemt die gepaard gaat met het sluiten van een contract. Meer subsidiair klaagt
onderdeel 2.3dat het hof heeft miskend dat, waar vaststaat dat een commerciële website de mogelijkheid biedt een contract te sluiten op haar website tegen betaling van een commissie en deze website tevens de administratieve verwerking daarvan verzorgt, het aan de tussenpersoon is om te stellen en te bewijzen dat zij desondanks niet bemiddelt als ‘(online) reisagent’.
Duinzigt-arrest (zie onder 3.55 e.v.). Het hof overweegt immers dat het de bezoekers van de website vrij staat om de accommodatieverstrekker op een andere wijze te benaderen en dat het de accommodatieverstrekkers vrij staat om hun accommodatie op Booking.com te plaatsen en zij de vrijheid behouden om hun accommodatie tevens zelf of op andere wijze aan te bieden. Ik begrijp deze overweging zo, dat het hof van oordeel is dat Booking.com partijen niet van elkaar afschermt en het hen niet onmogelijk maakt om rechtstreeks en zonder haar tussenkomst met elkaar in contact te komen om een overeenkomst te sluiten.
onderdeel 3stellen aan de orde dat, anders dan het hof blijkens rov. 3.13 kennelijk tot uitgangspunt heeft genomen, het ontbreken van exclusiviteit niet aan bemiddeling in de weg staat, althans dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Dat Booking.com niet zou bemiddelen als ‘(online) reisagent’ wegens het ontbreken van exclusiviteit is voorts onbegrijpelijk, omdat algemeen bekend is dat ook (klassieke) reisagenten geen exclusiviteit bedingen: ook zij laten een aanbieder vrij om de accommodatie (tevens) via andere weg aan te bieden, en zij laten de klant vrij om een accommodatie buiten hen om te boeken.
plaatsing van de accommodatie op de websitecommissie verschuldigd is aan Booking.com, en hieruit volgt dat Booking.com niet daadwerkelijk betrokken is bij de totstandkoming van reisovereenkomsten.
subonderdeel 4.1.2onbesproken blijven.
subonderdeel 4.2, die gericht zijn tegen de overweging van het hof dat de aanstelling van accountmanagers en het feit dat Booking.com klanten helpt met een eigen klantenservice, niet betekent dat zij bemiddelt.
subonderdeel 4.3zijn gericht tegen de overweging van het hof dat Booking.com met het geven van de laagsteprijsgarantie geen invloed heeft op de vaststelling van de prijs door de accommodatie-aanbieders en/of de voorwaarden waaronder accommodaties worden aangeboden, en ook hierom geen sprake is van daadwerkelijke betrokkenheid van Booking.com bij de totstandkoming van overeenkomsten (rov. 3.14).
subonderdelen 4.4, 4.5, 4.6 en 4.7behoeven, gelet op het slagen van subonderdeel 1.1, geen afzonderlijke bespreking.
onderdeel 5(gericht tegen rov. 3.18 en het dictum) slaagt eveneens.