ECLI:NL:CBB:2008:BG3941
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds schildersbedrijf
Appellant, werkzaam als zelfstandige spuiter, maakte bezwaar tegen zijn verplichte deelneming aan het bedrijfstakpensioenfonds voor het schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijf. Hij betoogde onder meer dat hij geen schilder is in de gangbare zin en dat hij al een eigen pensioenvoorziening had getroffen. De rechtbank oordeelde dat spuiters onder het schildersbedrijf vallen en dat appellant geen recht had op vrijstelling.
In hoger beroep voerde appellant vijf beroepsgronden aan, waaronder de vraag naar de rechtsgeldigheid van de uitspraak, de toepasselijkheid van het schildersbedrijf op spuiters, de noodzaak van nader onderzoek naar zijn bedrijfsactiviteiten, en de werking van de Wet Bpf 2000 op zijn situatie. Het College verwierp alle gronden, onder meer omdat de wettelijke verplichtstelling ook voor spuiters geldt en appellant geen verplichte pensioenregeling elders had.
Het College benadrukte dat de weigering tot vrijstelling niet onredelijk was en dat appellant zelf de verplichting had na te gaan of hij onder de verplichtstelling viel. De eerdere pensioenvoorziening van appellant maakte de verplichte deelneming niet ongedaan. Ook het ontbreken van de handtekening van de rechter op de uitspraak tastte de rechtsgeldigheid niet aan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het College zag geen aanleiding om partijen in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot deelneming aan het pensioenfonds bevestigd.