ECLI:NL:PHR:2020:1183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn bij kennisgeving vervangende hechtenis en griffiebetekening
Deze zaak betreft een vordering tot cassatie in het belang der wet over de vraag wanneer de bezwaartermijn van veertien dagen begint te lopen na een kennisgeving tot toepassing van vervangende hechtenis in het kader van een taakstraf. De centrale discussie is of een griffiebetekening van de kennisgeving voldoende is om de termijn te laten aanvangen, ook als de veroordeelde niet op de hoogte is van die kennisgeving.
De rechtbank Midden-Nederland had geoordeeld dat de veroordeelde, die niet was ingeschreven in de basisregistratie personen en pas bij aanhouding op de hoogte was van de kennisgeving, ontvankelijk was in zijn bezwaarschrift ondanks overschrijding van de termijn. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde echter dat een geldige betekening, ook aan de griffie, voldoende is en dat onbekendheid met de kennisgeving geen grond is voor verontschuldiging van termijnoverschrijding.
De Hoge Raad bevestigt dat de wet voorschrijft dat kennisgeving moet worden betekend, maar dat betekening in persoon niet verplicht is. Een griffiebetekening voldoet aan het betekeningsvereiste, ook al leidt dit vaak niet tot daadwerkelijke bekendheid van de veroordeelde met de kennisgeving. De rechter kan wel onderzoek doen naar bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigen, maar is daartoe niet ambtshalve verplicht. Het risico van onbekendheid komt in beginsel voor rekening van de veroordeelde.
De procedurele voorschriften rondom taakstraffen en vervangende hechtenis zijn erop gericht de veroordeelde te informeren, maar bieden geen absolute garantie. De Hoge Raad benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor het doorgeven van adreswijzigingen bij de veroordeelde ligt. De uitspraak draagt bij aan rechtszekerheid door te verduidelijken dat de bezwaartermijn begint te lopen bij betekening, ongeacht daadwerkelijke kennisneming door de veroordeelde.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt dat een griffiebetekening voldoende is om de bezwaartermijn te laten aanvangen, ook als de veroordeelde niet op de hoogte is van de kennisgeving.