ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2596
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis wegens termijnoverschrijding
De veroordeelde werd bij onherroepelijk vonnis van 14 augustus 2008 veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur met een vervangende hechtenis van 40 dagen indien de taakstraf niet werd verricht. De taakstraf moest binnen een jaar na het vonnis zijn voltooid, met een verlenging tot 9 augustus 2010. Uit rapportage bleek dat veroordeelde niet aan de taakstraf had voldaan, waarna het CJIB in oktober 2011 een voorstel tot omzetting naar vervangende hechtenis deed. De officier van justitie beval op 20 oktober 2011 de tenuitvoerlegging van 39 dagen vervangende hechtenis.
De politierechter constateerde dat deze beslissing ruim na de wettelijke termijn was genomen, namelijk na 9 augustus 2010 en buiten de drie maanden daarna, zoals voorgeschreven in artikel 22g Sr. Hierdoor was het bevel niet rechtsgeldig en moest het als niet-bestaand worden beschouwd. Het bezwaarschrift werd daarom gegrond verklaard. Tevens bleek uit het dossier dat de kennisgeving aan veroordeelde niet was ontvangen en dat zij al een week vervangende hechtenis had uitgezeten zonder dat dit in het dossier stond.
De politierechter hield rekening met de lange tijd sinds het vonnis en de ondoorzichtige executieprocedure. Ondanks de bereidheid van veroordeelde om alsnog 72 uur taakstraf te verrichten, werd het aantal nog te verrichten uren op nul gesteld. Het bevel tot vervangende hechtenis ontbeerde rechtskracht en de omzetting werd vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het aantal nog te verrichten uren taakstraf wordt op nul gesteld omdat het bevel tot vervangende hechtenis buiten de wettelijke termijn is genomen.