Conclusie
Nummer19/03700
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbevat de klacht dat de motivering van de straf, mede in het licht van hetgeen namens de verdachte in verband met een eerdere vrijspraak is aangevoerd, ontoereikend is gemotiveerd.
tweede middelhoudt de klacht in dat het hof, in strijd met het bepaalde in art. 359, zesde lid, Sv, heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot de keuze voor de oplegging van een vrijheidsbenemende straf.
Opgelegde straf en vermelding van de bijzondere redenen die de straf hebben bepaald.
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.