ECLI:NL:HR:2020:1346

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2020
Publicatiedatum
31 augustus 2020
Zaaknummer
18/04877
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 lid 6 SvArt. 359 lid 8 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken motivering vrijheidsbenemende straf

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf wegens diefstal. Het hof had in zijn vonnis de strafoplegging gemotiveerd door te verwijzen naar de ernst van de feiten, de omstandigheden, en de persoonlijke situatie van de verdachte, waaronder het feit dat hij met een geprepareerde tas in de winkel rondliep en dat hij in proeftijd verkeerde.

De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof in strijd met artikel 359 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafvordering heeft nagelaten de specifieke redenen te geven die hebben geleid tot de keuze voor een vrijheidsbenemende straf. Dit gebrek aan motivering leidt volgens artikel 359 lid 8 Sv Pro tot nietigheid van het strafopleggingsdeel van het arrest.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing over de straf. Het overige van het beroep wordt verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 1 september 2020.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een specifieke motivering voor de vrijheidsbenemende straf en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04877
Datum1 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 oktober 2018, nummer 22/005245-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben P. van Dongen en R.J. Baumgardt, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in zijn uitspraak niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
2.2
De verdachte is veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf ter zake van – kort gezegd – diefstal. Het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
“Strafoplegging
Gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) dagen,
(...)
Motivering strafoplegging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon, het strafblad en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen dat verdachte met een geprepareerde tas in de winkel is blijven rondlopen. Er is rekening gehouden met de waarde van de goederen. Verdachte loopt tevens in een proeftijd.”
2.3
Deze overweging bevat geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Dat is in strijd met het zesde lid van artikel 359 Sv Pro. Dat verzuim leidt op grond van artikel 359 lid 8 Sv Pro tot nietigheid (vgl. HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191).
2.4
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 september 2020.