Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beslissing
9 februari 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 april 2019 vernietigd, omdat het hof bij de strafoplegging niet de specifieke redenen heeft vermeld die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van vier weken. Dit is in strijd met artikel 359 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De verdachte was veroordeeld wegens twee overtredingen van artikel 9 lid 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het hof motiveerde de strafoplegging slechts summier, wat niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Op grond van artikel 359 lid 8 Sv Pro leidt dit verzuim tot nietigheid van het onderdeel strafoplegging.
De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de strafoplegging. Het overige cassatieberoep wordt verworpen. Hiermee wordt het belang van een deugdelijke motivering bij vrijheidsbenemende straffen benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een specifieke motivering voor de vrijheidsbenemende straf en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.