Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat de beslissing van het hof op het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.
is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter terechtzitting aanwezig.
Ik had mijn cliënt wel verwacht, ik heb niks meer vernomen van hem sinds hij mij vroeg of ik hem wilde bijstaan. Ik acht mij niet gemachtigd in de onderhavige zaak. Ik heb van zijn raadsman in een andere zaak vernomen dat hij in detentie zat. De zaak onder parketnummer 20-002095-15 staat nog open. Ik verzoek u de onderhavige zaak aan te houden en tegelijk met de zaak onder parketnummer 20-002095-15 aan te brengen.
Ik verzoek uw hof de zitting te onderbreken, zodat ik na kan gaan of de verdachte is gedetineerd. De zaak onder parketnummer 20-002095-15 is op 22 november 2017 aangehouden voor onbepaalde tijd.
Mijn cliënt werd op 22 november 2017 onderweg naar die zitting aangehouden door de politie, omdat de chauffeur niet beschikte over [een] geldig rijbewijs.
Uit de SKDB-registratie blijkt dat geen sprake is van detentie op dit moment. De zaak met parketnummer 20-002095-15 is voor 31 januari 2018 geappointeerd. Het aanhoudingsverzoek van de raadsman dient te worden afgewezen. De verdachte is zonder meer op de hoogte van de zitting van vandaag. Hij heeft niet de moeite genomen contact op te nemen met zijn raadsman en het moet er dus voor worden gehouden dat hij afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht ter zitting. De verdachte dient niet-ontvankelijk te worden verklaard op de voet van artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, omdat hij geen grieven heeft ingediend en geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven.
Omdat u niet gemachtigd bent om namens de verdachte de verdediging te voeren wordt u niet in de gelegenheid gesteld te reageren op hetgeen de advocaat-generaal heeft aangevoerd. Het hof wijst uw verzoek tot aanhouding af. Er zijn door de verdachte geen grieven ingediend, er is geen sprake van detentie en de verdachte was op de hoogte van de zitting, de dagvaarding in hoger beroep is immers aan de verdachte in persoon betekend op 1 november 2017.