Conclusie
Zaak A
derde middel, dat klaagt over de betekenis die het hof heeft toegekend aan de telecomgegevens en het mede daarop gebaseerde algemene betrouwbaarheidsoordeel inzake medeverdachte [medeverdachte 1] . De bewezenverklaringen zouden onvoldoende met redenen zijn omkleed.
Verklaringen verdachten
februari 2009 zijn [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] vanaf het appartement in Rotterdam naar Amsterdam gegaan en hebben daar de oom en tante van [verdachte] ontmoet met wie ze wat hebben gedronken. Ondertussen werd [medeverdachte 1] gebeld door [slachtoffer] met de vraag wat ze aan het doen waren. Vervolgens is afgesproken dat de drie naar Rotterdam zouden komen en ze [slachtoffer] zouden ontmoeten bij het appartement in Rotterdam om daar wat te drinken en computerspelletjes te spelen.
alsdeze er lagen, hij aan de zaag gezeten kan hebben. Op 6 april 2017, bijna 2 jaar later, heeft verdachte verklaard hoe zijn DNA-spoor
misschienop de kettingzaag terecht is gekomen. Het hof vindt deze verklaring voor de aanwezigheid van het DNA-materiaal van verdachte volstrekt onaannemelijk, gelet op de omvang van de aangetroffen kettingzaag, de plaats waar deze is aangetroffen en het moment waarop verdachte deze verklaring heeft afgelegd.
eerste middelklaagt over de afwijzing van het voorwaardelijke verzoek tot het horen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Ook wordt geklaagd dat het hof verzuimd heeft de getuige [medeverdachte 1] ambtshalve op te roepen.
is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van zoveel overtuigend bewijs tegen deze twee verdachten dat bij gebreke van een dat bewijs ontzenuwende verklaring het niet anders kan zijn dat....
NJ2017/440 m.nt. T. Kooijmans, rov. 3.9, overwogen dat de omstandigheid dat de rechter zich ervan dient te vergewissen dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces kan meebrengen dat hij ambtshalve moet overgaan tot het oproepen en het horen van (een) getuige(n).
kanmeebrengen dat de rechter ambtshalve moet overgaan tot het oproepen en het horen van de getuigen.
tweede middelklaagt over de afwijzing van het aanhoudingsverzoek om de verdachte in staat te stellen een verklaring af te leggen.
vierde middelklaagt over het oordeel van het hof dat er geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde en de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.