Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
26 juni 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft de poging doodslag op een 12-jarig meisje door haar stiefmoeder, die haar in een koude en onverwarmde ruimte liet overnachten zonder voldoende bescherming tegen de kou, terwijl het buiten vroor. Het meisje raakte ernstig onderkoeld met een lichaamstemperatuur van 23 graden Celsius en kwam in een comateuze toestand.
De verdachte was op de hoogte van de verslechterde gezondheidstoestand van het meisje en wist dat het die nacht zou vriezen. Zij heeft nagelaten gedurende de nacht het welzijn van het meisje te controleren. Hoewel zij om 9:27 uur 's ochtends medische hulp inschakelde door 112 te bellen, deed dit niet af aan het feit dat zij zich bewust was van de aanmerkelijke kans op overlijden van het meisje.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van het meisje. De gedragingen van de verdachte waren zozeer op de dood gericht dat het niet anders kon zijn dan dat zij de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust had aanvaard. Het beroep van de verdachte werd verworpen. De beoordeling van vrijwillige terugtred kan niet voor het eerst in cassatie plaatsvinden.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt poging doodslag wegens bewust aanvaarden van aanmerkelijke kans op overlijden stiefdochter.