Conclusie
1.Inleiding
2.Bespreking van het eerste middel
het tijdstipvan het voorhanden krijgen. Bij de bewijsvoering hiervan mag de rechter de omstandigheid betrekken dat er geen aanwijzingen zijn dat de wetenschap van de herkomst uit misdrijf pas is ontstaan na het verwerven of voorhanden krijgen van het goed. Daarbij kan ook de procesopstelling van de verdachte een rol spelen, bijvoorbeeld als door de verdachte omtrent (het ontbreken van) deze wetenschap geen aannemelijke verklaring is gegeven. [3] Maar in dat soort gevallen is vereist dat het hof dit in een nadere bewijsoverweging in het arrest opneemt.