Conclusie
1.Feiten
[verzoeker]), geboren op [geboortedatum] 1958, is op 10 februari 1986 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Tata Steel IJmuiden B.V. (hierna:
Tata Steel) als interne bedrijfspsycholoog. De laatste functie die [verzoeker] vervulde, was die van Manager Talent & Capability tegen een salaris van € 7.710,83 bruto per maand, aangevuld met een bedrag van € 1.120,33 bruto per maand. [2]
serieuze zaak” is. Een door Tata Steel voorgesteld gedragsgericht coachingstraject heeft [verzoeker] niet geaccepteerd. Hij heeft zelf [betrokkene 2] als coach ingeschakeld. Tata Steel heeft de daaraan verbonden kosten betaald.
effective” en zijn algehele beoordeling van potentieel met “
at level”. In het prestatiegesprekformulier over de periode 1 april 2012 - 31 maart 2013 is als belangrijkste ontwikkelactie de training van persoonlijke vaardigheden benoemd. In het formulier over de periode 1 april 2013 - 31 maart 2014 heeft [betrokkene 3] (hierna:
[betrokkene 3]), toen de direct leidinggevende van [verzoeker] , vermeld dat [verzoeker] moet proberen uit zijn “
comfort zone” te komen, te leren en zich verder te ontwikkelen. Als actiepunt is onder meer genoemd: “
Fix things, do stuff! Help people to find solutions”. In het formulier over de periode 1 april 2014 - 31 maart 2015 is [verzoeker] erop gewezen dat hij meer aandacht moet besteden aan klantrelaties [3] , dat hij niet moet denken in tekortkomingen maar in kansen en dat hij zijn negatieve houding binnen het team moet veranderen. Voornoemde actiepunten zijn ook vermeld in het formulier over de periode 1 april 2015 - 31 maart 2016.
het project).
[betrokkene 4]), advocaat in loondienst van Tata Steel, heeft [verzoeker] het verbetertraject en de werkplek waar dit verbetertraject dient te worden uitgevoerd, aanvaard. Besproken werd dat het verbetertraject direct zou beginnen en zou eindigen op 31 mei 2017. De volgende verbeterpunten zijn geformuleerd:
[betrokkene 5]). Uit de door haar opgestelde voortgangsverslagen komt naar voren dat het project traag op gang is gekomen en dat er vaak met [verzoeker] is gediscussieerd over de aanpak en uitvoering van het project. Uit de verklaring van programmamanager [betrokkene 6] van 31 maart 2017 volgt dat hij het resultaat van de werkzaamheden van [verzoeker] mager vindt in verhouding tot de tijd en inspanning die hieraan besteed zijn.
[betrokkene 7]), de leidinggevende van [betrokkene 3] . [betrokkene 7] achtte het resultaat onvoldoende en heeft de presentatie voortijdig beëindigd.
2.Procesverloop
de kantonrechter) geoordeeld dat Tata Steel alle omstandigheden in aanmerking genomen tot de conclusie heeft kunnen komen dat de gewenste verbetering in de houding en het functioneren is uitgebleven en dat er geen aanwijzingen waren dat [verzoeker] zich nog zou gaan verbeteren. Tata Steel heeft voldoende onderbouwd dat er voor [verzoeker] gezien zijn functie en ervaring geen mogelijkheden tot herplaatsing binnen Tata Steel zijn. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de geldende opzegtermijn ontbonden met ingang van 1 november 2017. De kantonrechter heeft Tata Steel eroordeeld om aan [verzoeker] een transitievergoeding van € 122.000,- bruto te betalen, bepaald dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen en heeft de overige verzoeken (waaronder het verzoek van [verzoeker] om een billijke vergoeding) afgewezen.
het hof). Hij heeft het hof verzocht, uitvoerbaar bij voorraad:
3.Juridisch kader
Uitgangpunten
ernstigeen
duurzameverstoorde arbeidsverhouding. [13] In de memorie van toelichting bij de Wwz wordt over deze vereisten het volgende opgemerkt: [14]
Digihuis) omtrent de voorwaarden voor toepassing van de g-grond overwogen (onderstreping toegevoegd; A-G):
De omstandigheid dat de werkgever van het ontstaan of voortbestaan van de verstoring van de arbeidsverhouding een verwijt kan worden gemaakt, staat op zichzelf evenmin aan ontbinding op de g-grond in de weg. Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren,
kan de mate waarin de verstoorde arbeidsverhouding aan een partij (of aan beide partijen) verwijtbaar is, wel gewicht in de schaal leggen, maar die omstandigheid hoeft op zichzelf niet doorslaggevend te zijn(zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.21 en 3.22).”
Digihuis)overweegt uw Raad in dat verband dat
niet in de redeligt. A-G Langemeijer heeft hierover het volgende opgemerkt: [25]
a prioriuitgesloten, (toch, bij nader inzien) niet in de rede ligt. In zoverre komt het mij voor dat het wettelijk stelsel al een “redelijkheidsventiel” kent. Dat ventiel is niet hetzelfde als de overkoepelende “redelijkheidsmaatstaf” uit het vóór de invoering van de Wwz geldende ontslagrecht.”
Digihuis), rov. 3.5.2).
4.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1stelt [verzoeker] dat het hof geen kenbare aandacht heeft besteed aan zijn essentiële stelling dat hij binnen het Tata concern
herplaatsbaaris. Hij wijst erop dat door hem onbestreden is gesteld dat er geschikte vacatures binnen de Tata organisatie bestaan. [29] De motivering van het hof is door het ontbreken van een overweging op dit punt onbegrijpelijk en miskent het gevoerde partijdebat. De verwijzing door het hof naar een mogelijk andere, passende HR-functie is, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ontoereikend en niet te verenigen met de bredere stelling van [verzoeker] dat er ook buiten de HR-afdeling vacatures bestaan binnen de organisatie van de werkgever (onder 3.7).
“terugkeer van [verzoeker] in zijn vroegere of een andere, passende HR-functie niet in de rede ligt”. Dat oordeel is, anders dan [verzoeker] betoogt, voldoende gemotiveerd. Onder meer ligt daaraan ten grondslag dat het vertrouwen in de capaciteiten van [verzoeker] binnen Tata Steel kennelijk
geheelis weggevallen. Dat oordeel betreft niet alleen de Nederlandse vestiging van Tata Steel, maar het hele concern. In het licht van de door Tata Steel overgelegde verklaringen is dat oordeel niet onbegrijpelijk. [30]
heeft (…) verzocht om een opgave van alle interne en externe vacaturesop het gebied van HR op HBO en WO niveau
in Europa” en in de pleitnota in hoger beroep onder 49 stelt hij dat “
een fusie ophanden [is] met het Duitse staal- en industrieconcern ThyssenKrupp, waaruit hoogstwaarschijnlijk ontzettend veel werk zal voortvloeien op het gebied van HR.” [31] Ook als genoemde stelling wel door hem zou zijn betrokken, is de motivering van het hof toereikend, nu het geheel wegvallen van het vertrouwen in de capaciteiten van [verzoeker] tot gevolg heeft dat ook herplaatsing in andersoortige functies niet in de rede ligt.
subonderdeel 2stelt [verzoeker] dat een verstoorde relatie met een enkele collega ( [betrokkene 3] ) niet zonder meer meebrengt dat sprake is van een verstoorde verhouding met de werkgever. [32] De werkgever moet dan aannemelijk maken dat hij er alles aan heeft gedaan om de samenwerkingsproblemen op te lossen, bijvoorbeeld door een mediationtraject te starten. Dat heeft Tata Steel niet gedaan. [verzoeker] klaagt dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan zijn betwisting dat de arbeidsverhouding ‘ernstig en duurzaam’ is verstoord en daarmee een onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven (onder 3.8). [33]
geheelis weggevallen. Daaruit volgt dat de verstoring van de arbeidsverhouding verder reikt dan alleen de relatie met [betrokkene 3] . Verwezen kan ook worden naar het verweerschrift in hoger beroep van Tata Steel onder 115 en de op die plaats genoemde producties met verklaringen van andere directeuren en collega’s van [verzoeker] bij Tata Steel, waaruit van die verstoring blijkt. [35]
kanaanleiding worden gezien te oordelen dat niet aan de maatstaf voor ontbinding op de g-grond is voldaan. [38] Heeft de werkgever zich onvoldoende voor verbetering van de arbeidsverhouding ingespannen, dan betekent dit derhalve niet steeds zonder meer dat een redelijke grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontbreekt.
incompatabilité d’humeurtussen [betrokkene 3] en [verzoeker] .
subonderdeel 3stelt [verzoeker] dat de motivering van het hof onbegrijpelijk is en dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, door bij de beslissing dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding mede betekenis toe te kennen aan de wijze waarop hij op zijn laatste werkdag is vertrokken. Geen van de partijen heeft dit als grond voor een verstoring van de arbeidsverhouding genoemd (onder 3.10).
subonderdeel 1stelt [verzoeker] zich op het standpunt dat het hof in rov. 3.5 van de bestreden beschikking een onjuiste maatstaf heeft aangelegd, door te verzuimen overwegingen op te nemen over de ‘ernst’ en ‘duurzaamheid’ van de gesteld verstoorde arbeidsverhouding (onder 3.11). Het hof heeft overwogen dat van Tata Steel in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, maar geeft niet aan op grond waarvan tot die conclusie wordt gekomen. Het enkel noemen van de feiten die hebben geleid tot de verstoring van de arbeidsverhouding is daartoe niet voldoende (onder 3.13). Beide voornoemde elementen dienen herkenbaar en uitdrukkelijk in de overwegingen tot uitdrukking te worden gebracht om de motivering controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Een enkel redelijkheidsoordeel volstaat niet. Het hof heeft zich daartoe ten onrechte wel beperkt (onder 3.15).
“zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.” [39] Beide elementen maken derhalve deel uit van het in het subonderdeel bedoelde redelijkheidsoordeel. Zij hoeven niet uitdrukkelijk in de beoordeling te worden benoemd. Uit de door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden – die hierna bij de bespreking van het volgende subonderdeel worden weergegeven – volgt voldoende duidelijk dat sprake is van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding. Die verstoring is duurzaam, nu zij volgens het hof in het najaar van 2016 is opgetreden, terwijl de ontbinding op 31 augustus 2017 is uitgesproken. Overigens kan ook bij een minder duurzaam verstoorde arbeidsverhouding de arbeidsovereenkomst worden ontbonden als de ernst van de verstoring zodanig is dat voortzetting in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. [40] Het komt voor dat één ernstig incident tot een definitieve vertrouwensbreuk leidt en daarmee tot een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding.
subonderdeel 3klaagt [verzoeker] dat het hof zijn overwegingen over de aanwezige verstoorde arbeidsrelatie in rov. 3.5 en 3.6 ontoereikend heeft gemotiveerd (onder 3.18). [verzoeker] stelt voorop dat de rechter zich ervan zal moeten vergewissen of sprake is van de situatie dat de werkgever de verstoring van de arbeidsrelatie heeft gecreëerd met het enkele doel de ontbinding van de arbeidsovereenkomst te forceren. Is dat het geval, dan mag de rechter de ontbinding niet uitspreken (onder 3.17), aldus [verzoeker] . [41] In het licht van zijn stelling dat Tata Steel bewust heeft aangestuurd op de verstoring van de arbeidsrelatie – [verzoeker] verwijst naar zijn pleitnota in hoger beroep onder 58 – maken de overwegingen van het hof onvoldoende inzichtelijk dat en waarom van die situatie niet kan worden gesproken. Volgens [verzoeker] kan er geen sprake zijn van de ‘Asscher-escape’ (onder 3.18).
nastreven van het eindigen van de arbeidsovereenkomst” door Tata Steel tot een verstoring van de arbeidsverhouding heeft geleid, aldus [verzoeker] . Een werkgever moet begrijpen dat als wordt gestreefd naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst op achteraf bezien onjuiste gronden, alsdan verstoring van de arbeidsrelatie het gevolg kan zijn. Dat geldt evengoed als geen sprake is van voorbedachte rade, maar van grove nalatigheid of voorwaardelijk opzet aan de kant van de werkgever. Daarover dient de rechter duidelijkheid te verschaffen in zijn beslissing.
doelbewustof
opzettelijkheeft gecreëerd. Een stelling met die strekking zie ik wel terug in het verweerschrift in eerste aanleg onder 4 (“
dan is deze gecreëerd door Tata ter bevordering van een ontbindingsgrond (de zogenoemde “Asscher-escape”)”) en, in vergelijkbare bewoordingen, onder 59 van dat verweerschrift en in het verzoekschrift in hoger beroep onder 100. Op voornoemde vindplaatsen is evenwel niet te lezen dat volgens [verzoeker] , gezien het aan Tata Steel te maken verwijt van de verstoring van de arbeidsverhouding, niet tot ontbinding mocht worden overgegaan. Veeleer lijkt – in het bijzonder door de herhaaldelijke verwijzing naar de ‘Asscher-escape’ – sprake te zijn van een onderbouwing van de door [verzoeker] gevorderde billijke vergoeding. Niet onbegrijpelijk heeft het hof deze stellingen in het tweede deel van rov. 3.6 dan ook betrokken bij het oordeel dat aan [verzoeker] ten laste van Tata Steel een billijke vergoeding moet worden toegekend.
grove nalatigheid of voorwaardelijk opzet”).
point of no returnis bereikt en het draagvlak voor verdere samenwerking feitelijk is verdwenen. [43] Vanaf dat moment is sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Het zal er dan vooral nog op aankomen of, gelet op alle omstandigheden van het geval, de werkgever een billijke vergoeding moet betalen. Uit de vaststaande feiten blijkt dat in het onderhavige geval de arbeidsverhouding tussen partijen al enige jaren onder druk stond, in de loop van het najaar 2016 verstoord raakte [44] en uiteindelijk ernstig was verstoord, zonder dat perspectief op verbetering bestond.
en
éénrechter of raadsheer-commissaris. [54]
iseen proces-verbaal van de mondelinge behandeling opgemaakt. Dat proces-verbaal maakt deel uit van het procesdossier. Uit de inhoud daarvan volgt dat de bestreden beschikking is gewezen door de raadsheren ten overstaan van wie ook de meervoudige mondelinge behandeling heeft plaatsgehad. Het hof was dan ook niet gehouden ambtshalve het proces-verbaal op te maken en voorafgaand aan de uitspraak aan partijen te zenden.