ECLI:NL:PHR:2019:426
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift en afwijzing geldelijke tegemoetkoming bij beslag op personenauto wegens verborgen ruimte
In deze zaak gaat het om een beslag op een personenauto van het merk Audi, type A4, die tijdens een verkeerscontrole werd aangetroffen met een verborgen ruimte die kennelijk was ingericht om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. De klager diende een klaagschrift in tegen het beslag en verzocht om teruggave van de auto, dan wel een geldelijke tegemoetkoming van €6.000,-.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en wees het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming af. De rechtbank stelde vast dat de auto terecht in beslag was genomen en dat de klager onvoldoende had onderbouwd dat hij de herstelkosten goedkoper kon laten uitvoeren dan de door de douane voorgestelde Audidealer. Tevens oordeelde de rechtbank dat de auto niet aan de klager toebehoorde, maar aan zijn vader, die als belanghebbende eerst verhaal moest halen bij de verkoper.
De Hoge Raad bevestigt dat het beslag op grond van artikel 1:37 Algemene Pro Douanewet terecht is gelegd en dat de rechter bij de beoordeling van het klaagschrift moet toetsen of het vervoermiddel is ingericht om goederen aan het toezicht te onttrekken. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af, omdat de rechtbank het oordeel zelfstandig kan dragen dat het voertuig geschikt was voor het onttrekken aan toezicht en omdat de klager niet het recht heeft om voor een ander een geldelijke tegemoetkoming te vragen.
De Hoge Raad verduidelijkt dat de bevoegdheid van de minister van Financiën om het voertuig onder voorwaarden terug te geven niet meeweegt in de beoordeling van het klaagschrift, maar mogelijk wel relevant kan zijn bij de beoordeling van een geldelijke tegemoetkoming. In dit geval faalt ook het beroep op een geldelijke tegemoetkoming omdat de klager niet de rechthebbende is en onvoldoende belang heeft.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank standhoudt.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het verzoek om geldelijke tegemoetkoming afgewezen; het beslag op de auto blijft gehandhaafd.