ECLI:NL:HR:2002:AE2644
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in beklag over teruggave inbeslaggenomen geld
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch waarbij het beklag van klager over de teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van ƒ 10.627,90 ongegrond werd verklaard. Klager stelde aanvankelijk dat hij de rechthebbende was van het geld, maar trok deze stelling in tijdens de behandeling en vroeg mondeling om teruggave aan een derde, [betrokkene 1].
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek had mogen toekomen omdat het verzoek tot teruggave aan klager was ingetrokken en de wet geen mogelijkheid biedt voor mondelinge verzoeken of teruggave aan een ander dan de verzoeker. Hierdoor had de rechtbank klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde klager niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer op 25 juni 2002.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag over de teruggave van het inbeslaggenomen geld.