Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
primairop het standpunt heeft gesteld dat de ‘hofnorm’ niet kan worden toegepast.
Subsidiairhad hij gesteld dat de rechtbank bij toepassing van de ‘hofnorm’ is uitgegaan van een onjuist netto besteedbaar gezinsinkomen en dat de behoefte maximaal € 1.987,20 bedraagt [20] . Volgens de man blijkt uit zijn verweerschrift tegen het incidenteel appel (alinea 21) dat hij dit primaire standpunt heeft gehandhaafd. Echter, ook zonder het gebruik van de woorden ‘primair’ en ‘subsidiair’, blijkt uit de samenvatting van het standpunt van de man in rov. 3.22 en de bespreking daarvan in rov. 3.23 genoegzaam, dat het hof heeft onderkend dat de man primair van mening was dat de ‘hofnorm’
nietmoet worden toegepast. De tweede klacht faalt daarom.