ECLI:NL:HR:2009:BH3186

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01979
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling partner- en kinderalimentatie na echtscheiding tussen voormalige echtelieden

De vrouw verzocht bij de rechtbank Zwolle-Lelystad om echtscheiding en alimentatie voor zichzelf en het minderjarige kind van partijen. De man betwistte het verzoek. De rechtbank wees het verzoek toe en stelde alimentatie vast. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten van de man en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens dat het beroep verworpen moest worden.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en gerechtshof. De uitspraak benadrukt de zorgvuldige toetsing van alimentatieverzoeken in familierechtelijke procedures en bevestigt de rechtsgeldigheid van de eerdere beslissingen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toewijzing van partner- en kinderalimentatie.

Uitspraak

24 april 2009
Eerste Kamer
08/01979
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
verblijvende in China,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.G. Pherai,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 oktober 2006 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en onder meer verzocht tussen partijen echtscheiding uit te spreken en ten laste van de man een bijdrage vast te stellen in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen ten bedrage van € 350,-- per maand en in haar levensonderhoud eveneens ten bedrage van € 350,-- per maand.
De man heeft het alimentatieverzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 april 2007 het verzoek van de vrouw toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij beschikking van 11 februari 2008 heeft het gerechtshof te Arnhem de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 april 2009.