Conclusie
eerste middelkomt op tegen het gebruik voor het bewijs van de eigen waarneming van het hof ter terechtzitting in hoger beroep. Daartoe betoogt de steller van het middel dat die eigen waarneming niet tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gedaan, zodat deze niet voldoet aan de eisen die aan een eigen waarneming van de rechter als bewijsmiddel worden gesteld.
hij op 7 mei 2014 te Zutphen en/of Arnhem, door bedreiging met feitelijkheden, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande uit het zich ontkleden en maken van naaktfoto’s van zichzelf, en bestaande die bedreiging met feitelijkheden er in dat verdachte [slachtoffer] middels WhatsApp contact
- heeft geboden om naaktfoto's (van haar vagina en/of billen en/of borsten) te maken en naar hem toe te sturen en daarbij heeft aangegeven dat hij een eerder van haar ontvangen foto waarop [slachtoffer] naakt stond afgebeeld, openbaar zou (kunnen) maken en door zou (kunnen) sturen naar de moeder van [slachtoffer] indien [slachtoffer] dat zou weigeren en
- heeft aangegeven dat hij een eerder door hem ontvangen naaktfoto van [slachtoffer] pas zou verwijderen van zijn gegevensdrager indien zij nog één of meer naaktfoto's van haarzelf zou maken en naar hem zou toesturen.
hij op 7 mei 2014, te Arnhem, een aantal afbeeldingen (foto’s), dan wel een gegevensdrager (te weten een iPhone) bevattende die afbeeldingen, in zijn bezit heeft gehad en die afbeeldingen heeft verworven, zijnde (telkens) afbeeldingen van de naakt poserende minderjarige [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum] 1999, te weten:
- een tweetal close-up foto’s van de vagina en billen van [slachtoffer] en
- een foto waarop de blote borsten en de blote vagina van [slachtoffer] staan afgebeeld, waarbij de afbeeldingen (aldus)(telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling.”
tweede middelbehelst de klacht dat het hof heeft verzuimd een uitdrukkelijk met redenen omklede beslissing te geven op een ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer dat voor de verdachte niet kenbaar was dat het slachtoffer minderjarig was.
De verdediging heeft zich - kort gezegd - op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer door (bedreiging met) feitelijkheden heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Verdachte heeft [slachtoffer] niet willen dwingen tot het sturen van de naaktfoto’s, maar hij heeft haar willen waarschuwen. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de persoon die op de foto’s te zien is [slachtoffer] is, maar dat de mogelijkheid bestaat dat het hier om een andere persoon gaat.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 primair en 2 ten laste gelegde. Verdachte heeft het slachtoffer middels de nodige dreigementen gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, namelijk het maken en versturen van naaktfoto’s van zichzelf. Het staat vast dat het [slachtoffer] is die op de foto’s staat. Voorts heeft de advocaat- generaal aangevoerd dat er ten aanzien van feit 2 sprake is van kinderporno, nu [slachtoffer] ten tijde van de foto’s 15 jaar oud was en deze foto’s een seksuele lading hebben.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de door de verdediging gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
(…)
(…)
(….)
Voor zover ik heb begrepen heeft de politie gezegd dat het niet om kinderporno ging. Ik kon ook niet weten dat [slachtoffer] geen 18 jaar oud was, omdat je een leeftijd aan moet geven voor die website. De voorzitter vraagt mij waarom ik dan wel ‘gedraag je naar je leeftijd’ heb gezegd in het gesprek. Ze kwam kinderachtig over aan het eind van het gesprek. (…) Ik vond dat ze kinderachtig over kwam omdat ze bleef doorzeuren, bleef vragen om mijn foto. Ik had zo iets van ‘Iaat me met rust’. (…)
Toen ik de normale foto’s van [slachtoffer] te zien kreeg had ik niet het idee dat ze zo jong zou zijn. (…)
en ik hebben alleen op 7 mei 2014 contact gehad, eerst via de website en toen via WhatsApp. Toen [slachtoffer] haar Facebookprofiel had doorgestuurd met een link heb ik dat bekeken. Daar stonden een aantal dingen op, ook foto’s. We hadden toen net telefoonnummers uitgewisseld. (…)
De voorzitter vraagt mij of de leeftijd van [slachtoffer] niet op haar Facebookprofiel stond, omdat er veel informatie op stond. Er stond inderdaad heel veel informatie op, maar haar leeftijd niet. Dat was beschermd. De voorzitter merkt op dat zij het opvallend vindt dat ik zoveel wist, behalve haar leeftijd, maar dat ik dit wel heb uitgelegd. (…)”