Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, doordat het hof, het vonnis van de rechtbank bevestigende, ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv.
Opgave van bewijsmiddelen
“De verdachte verklaart op vragen van de oudste rechter:Ik was op 12 februari 2017 in het opvangadres van het Leger des Heils te Rotterdam. Ik kende de aangeefster niet. Ik stelde haar een vraag en kreeg opeens een klap in mijn bek. Ik verloor mijn evenwicht, viel op een stoel en bloedde. Ik gaf klappen terug, omdat zij mij aanviel. Ik kreeg hierna veel klappen van andere mensen. Ik deed mijn handen over mijn hoofd ter bescherming. Ik zag niet wie mij sloeg. Ik heb een halve liter bloed verloren. De politie kwam ter plaatse en smoesde direct met de beveiliger. Het leek wel op een complot om mij aan te houden. Er zijn camerabeelden van het incident aanwezig in de opvangruimte binnen en buiten aan een lantarenpaal.
De verdachte verklaart:
De verdachte verklaart:Dit klopt ook niet. Ik heb geen smerige streken uitgehaald.
De verdachte verklaart:
De verdachte verklaart:
De verdachte verklaart:
De verdachte verklaart:
nietheeft gezegd: “
Ik ben een cliënt... hierbinnen”en vraagt de verdachte om een reactie.
De verdachte verklaart:
“Ter plaatse zag ik een man met bebloed gezicht voor de deur staan. Tevens stond er een beveiliger van het Leger des Heils voor de deur. De man met bebloed gezicht bleek later [verdachte] te zijn. [verdachte] schreeuwde veel. Er was geen normaal gesprek met hem te voeren.”
De verdachte verklaart:
De verdachte verklaart op vragen van de voorzitter:
De verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken en verklaart:
[..]
Of deze gang van zaken de juridische lat van noodweer haalt, laat ik aan uw oordeel over.”
Ik ben onschuldig. De zaak had onderzocht moeten worden. Ik loop al jaren op mijn tenen. Ik word bestempeld als psychisch gestoord.
Cassatie in strafzakenbrengt reeds de “geringste aanwijzing” dat de verdachte het tenlastegelegde niet bekent dan wel dat hij of zijn raadsman vrijspraak bepleit mee dat niet met de enkele opsomming van de bewijsmiddelen kan worden volstaan. [2] Van een bekennende verdachte in deze zin is dan ook uitsluitend sprake indien de verdachte het tenlastegelegde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. [3] Of dat het geval is hangt mede af van de – in cassatie slechts op de begrijpelijkheid ervan te toetsen – uitleg door de feitenrechter van de door de verdachte afgelegde verklaring. [4] Als de bekennende verklaring niet alle onderdelen van de tenlastelegging betreft, is de bewijsmotivering waarin met een opgave van bewijsmiddelen is volstaan om die reden ontoereikend gemotiveerd. [5] Dit laatste betekent evenwel niet dat een afgelegde verklaring welke niet “met zoveel woorden” alle onderdelen van de bewezenverklaring benoemt, nooit als een bekentenis van het bewezenverklaarde kan worden opgevat. [6] In het bijzonder kan bij deze beoordeling van belang zijn of de verklaring tevens de tenlastelegging op één of meer onderdelen bestrijdt en daarnaast welke procesopstelling de verdachte heeft gekozen. [7]
tweede middelklaagt dat de verwerping van het beroep op noodweer onbegrijpelijk is en/of berust op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. In de toelichting op het middel wordt daartoe aangevoerd dat het hof (i) in de overwegingen niet heeft vermeld de korte inhoud en de vindplaats van de feiten waarop de dragende overwegingen berusten en (ii) onbegrijpelijk heeft overwogen dat in het dossier geen steun is te vinden voor de stelling van de verdachte dat de aangeefster als eerste heeft geslagen, nu deze overweging in strijd is met de als bewijsmiddel 1 gebezigde verklaring die de verdachte op de terechtzitting van 11 augustus 2017 heeft afgelegd.