Conclusie
middelklaagt over het oordeel van het hof met betrekking tot feit 1 dat er sprake was van aanranding van de eer en goede naam van aangever door tenlastelegging van een bepaald feit.
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 maart 2017 veroordeeld voor smaadschrift en diefstal. Verdachte plaatste op 14 februari 2015 een contactadvertentie op een homoseksuele datingsite waarin het telefoonnummer van aangever werd gebruikt en waarin expliciete seksuele handelingen werden beschreven. Het hof oordeelde dat deze advertentie de eer en goede naam van aangever aantastte en een smadelijk karakter had.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat de advertentie slechts inhield dat aangever homoseksueel was en op zoek naar seksueel verkeer, wat volgens hem geen aantasting van integriteit opleverde. Ook stelde hij dat mogelijk een bezoeker van zijn IP-adres de advertentie had geplaatst. Het hof verwierp deze verweren wegens gebrek aan bewijs en bevestigde dat verdachte zelf de advertentie had geplaatst met het doel de reputatie van aangever te schaden.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel verworpen en het oordeel van het hof bevestigd. De advertentie bevatte een duidelijke en concreet omschreven gedraging die de integriteit van aangever aantastte. De Hoge Raad overwoog dat het niet gaat om het enkel noemen van seksuele geaardheid, maar om het presenteren van aangever als een op seks beluste maniak, wat smadelijk is. Er is geen reden tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor smaadschrift wegens het plaatsen van een smadelijke contactadvertentie.